Ik gebruik voor m’n proefschrift het pakket MathPSfrag om wiskundige labels aan figuren toe te voegen (dit is een Mathematica-variant op PSfrag). In versie 7 van Mathematica werkte dit pakket plotseling niet meer, doordat er een nieuw object Image was geïntroduceerd. Dit heb ik opgelost met het volgende stukje code. Misschien heeft iemand er iets aan.
In het licht van het recente conflict in de Gazastrook was ik erg verbaasd dat de Rabobank Utrecht voor elk nieuw lid vijf euro overmaakt naar een goed doel, waaronder de stichting Vrienden van Gaza. Ik vroeg me ten eerste af aan welke kant deze stichting zou staan, en ten tweede waarom de Rabobank Utrecht een kant zou willen kiezen in dit conflict (natuurlijk volgen ze de situatie wel aandachtig).
Enig speurwerk leerde mij dat de stichting “Vrienden van Gaza” niets te maken heeft met de Gazastrook in Israël, maar een club weldoeners voor een verzorgingshuis voor ouderen in Harmelen. Inmiddels heeft de Rabobank een toelichting op haar site gezet.
Helaas ben ik m’n Nano dit keer. Die draag ik nu elke dag als ik op het ritme van de muziek naar de UvA wandel. Vooral bij liedjes van Johnny Cash doet zich daarbij soms het probleem voor dat m’n voeten precies verkeerd om lopen: rechts op hoem- en links op -pa (of resp. boom, cha). Dat hoort natuurlijk andersom, maar het wisselen van m’n voeten is nog best lastig (het is uiteraard niet toegestaan om even te stoppen). Ik oefen nog op de ideale huppel.
Lopend langs een fruitkraam met mandarijnen moest ik gisteren denken aan het liedje Oh my darling Clementine (geen idee waarom). Ik vroeg me af wat het woord forty-niner in de derde zin betekent:
In a cavern, in a canyon,
Excavating from a mine,
Lived a miner, forty-niner,
And his daughter Clementine.
Ik heb het aan Sara gevraagd, zij is nogal thuis in Amerikaanse geschiedenis. Ze wist het me sneller dan Wikipedia te vertellen, een forty-niner is iemand die in de Gold Rush in 1849 naar Californië trok om goud te zoeken.
Gisteren liep ik even langs Houtzaagmolen De Ster, om te kletsen met de heren van het huisorkest De Baviaen van Schurhoff. Die waren niet aanwezig, maar de molenaars waren met een reuze project bezig: ze takelden een beuk van ongeveer 3000 kilo vanuit de Leidse Rijn naar binnen. Ik heb daarbij een beetje geholpen, en een hoop geleerd.
Omdat er maar zes mensen aanwezig waren, was het onbegonnen werk om het stammetje even op de schouders te nemen. Iemand had met lieslaarzen aan kettingen om de boom gelegd, en daaraan werd de boom naar binnen getrokken. De elektrieke lier van de molen was niet sterk genoeg, dus het moest met de hand. Met een heleboel katrollen kon dat net. Voor het echte trekken werd een Oost-Duitse tirfor gebruikt: een staaldraadtakel die telkens een paar centimeter kabel trekt. Met al die katrollen kwam de boom bij elke takel ongeveer een millimeter verder naar binnen. Toen de boom om zes uur binnen was (men was al om twaalf uur begonnen) was het mooi geweest voor zaterdag.
Vandaag hebben we met z’n drieën de boom op de zaagslede gelegd, die ongeveer 40 centimeter boven de grond ligt. Dat ging heel voorzichtig, door met een dommekracht steeds een kant omhoog te draaien, en er dan snel een stapel balkjes onder te schuiven (en een paar wiggen om te voorkomen dat de boom ging rollen). Vervolgens hebben we de boom opzij gerold door met de dommekracht de boom een paar centimeter op te tillen en hem dan van de dommekracht af te duwen. In een uurtje was de klus geklaard.
Misschien ligt de boom nu verkeerd om en moet hij volgende week wel 180 graden gedraaid worden. Maar dan ben ik er niet.
Vrijdag ben ik eens langs geweest bij Rob in Nijmegen. Die woont daar pal in de Molenstraat, volgens mij het equivalent van de Poelestraat in Groningen. Hij heeft daar een heel sjiek appartement. Om het dieven niet te makkelijk te maken zal ik niet alle coole gadgets opnoemen die hij verzameld heeft, maar een pooltafel en een bubbelbad zullen ze wel niet al te snel meenemen, dus die kan ik gerust noemen.
We hebben uiteraard gepoold, en ik heb een keer gewonnen. Ook heb ik een keer verloren door in één keer de witte en de zwarte bal op het parket te wippen, maar daar zal ik niet over uitweiden. Hierna zijn we even naar café De Tempelier gegaan. Daar stond een Russisch meisje te dansen, en ik dacht dat ik na mijn stoomcursus Russisch wel een goede openingszin kon bedenken. Net toen ik die na een half uur bedacht had, stelde Rob voor om weer te gaan. Dat kwam uit, want de zin luidde: “я иду домой, пака” (ik ga naar huis, dag). Die heb ik het meisje in het oor gebruld (de muziek stond wat hard), en we hebben haar in verbijstering achtergelaten.
Het heeft gevroren! Eindelijk kon ik gisteren m’n schaatsklompen proberen, die ik een jaar of 10 geleden gekregen heb van Sinterklaas, die ze bij een smid in Diphoorn had laten maken. Bij de Munt op het ijs trok ik erg veel bekijks. Veel mensen vroegen of het ging, schaatsen op klompen. Nou kan ik sowieso niet (goed) schaatsen, maar ik kwam op m’n schaatsklompen ongeveer net zo goed vooruit als op gewone schaatsen. Dus dat is wel positief, denk ik. Helaas zijn de ijzers tijdens het laatste rondje verbogen, dus ze moeten weer even terug naar de smid.