Echte vrienden
Alleen van echte vrienden krijg je zo’n mailtje:

Ik moet even iets rechtzetten (rectificeren): de fietsenmakers aan de Nobelstraat zijn toffe jongens. Ze hebben namelijk voor nop – en dat mag ook wel – nieuwe trappers op m’n nieuwe fiets gezet. En als bonus heb ik ook nog een gratis dynamodopje gekregen. Alsof dat niet genoeg is, heb ik een derde doos pepernoten meegekregen, hebben ze me leren schaatsen op de Vechtsebanen, en weer thuisgebracht met de auto. Dik voor mekaar dus.
Vandaag kwam het gesprek toevallig op juffrouw Belle van Zuylen van Tuyll van Serooskerken, en het volgende grafschrift (geschreven door Jan van der Hoeven) schoot me weer te binnen:
Hier ligt juffrouw Belle van Zuylen van Tuyll van Serooskerken
Met de rest van haar naam op de volgende zerken.
Ik had nog niet geschreven dat ik een nieuwe fiets heb gekocht. Dat heb ik niet zo lang geleden gedaan, gebruikmakend van het fietsenplan. Een spiksplinternieuwe fiets, bij de fietsenwinkel aan de Nobelstraat. Gisteravond fietste ik van Zeist naar Utrecht, en onderweg (gelukkig bijna thuis) viel een van de trappers er zomaar af! Gelukkig heb ik nog recht op een gratis servicebeurt, maar ik vind ‘t wel knap vervelend.
De afgelopen dagen heb ik veel gedaan, dus weinig geschreven. Imre is twee avonden langsgeweest, op een avond hebben we nog een partijtje schaak gespeeld (erg leuk, want ik heb gewonnen), en het spel dat ik heb gekregen, Tongiaki (dat heb ik dan weer niet gewonnen, beginners zijn welkom het te komen spelen). Op m’n werk ben ik hard bezig B-splines te begrijpen. En alsof dat niet genoeg was, heb ik gister de extended version van de Return of the King gekeken bij Alex (vier uur lang).
Op het begin van de avond al bloedstollend avontuur op de trapleuning: ik heb met een schroevendraaier in een fitting kortsluiting veroorzaakt. Daarna heb ik de schade snel hersteld; naar de Gamma gefietst, stoppen gekocht, stop vervangen, rest van de stoppen bij de rest van de reservevoorraad stoppen gelegd.
Dat heeft allemaal nog niets met de hoofdactiviteit van vanavond te maken, maar het was volgens mij toch noemenswaard. Ik ben met Sira en Paul wezen schaatsen op de Vechtsebanen, een binnenschaatsbaan. Lars kon wegens ellendige busdiensten niet mee, wel present was nog een andere Jan, die ook mee was met We waren er net voor sluitingstijd, maar konden nog precies een half uurtje schaatsen. De mevrouw van de kassa heeft ons nog gematst en voor ons het kindertarief gerekend. Sira en ik hebben geoefend op het schaatsanalogon van de “Idiotenwiese”, terwijl Paul en Jan op de vierhonderdmeterbaan hun energie opmaakten.
Het was voor ons beginners echt even wennen om op schaatsen te staan, maar ik noch Sira is gevallen. We kregen adviezen van mijn fietsenmakers, dezelfden van wie ik twee dozen pepernoten heb gekregen. Erg aardige lieden!
Weer thuis bij Sira hebben we erg veel moeite gedaan om warme chocolademelk te maken, wat na een tijdje wel gelukt is. Na even muziekluisteren (zing vecht huil bid lach werk en bewonder, de andere moeilijke tekst rennen springen vliegen duiken vallen opstaan en weer doorgaan, en aansluitend we zullen dooigaan) ben ik maar snel naar huis gegaan, om toch nog genoeg slaap te krijgen voor een effectieve dag morgen. Dus zal ik nu maar snel mijn ogen sluiten.
Ik kom net terug van een bezoek, met mijn lagereschoolvriend Michiel, aan ander meisje dat ik nog ken van de lagere school. Niet zo heel goed, want zij zat maar liefst een hele klas boven mij. We hebben erg gezellig uitgebreid gegeten bij de Griek, waarbij we zowat 15 jaar hebben bijgekletst (met lekker roddelen over ons dorp). Ze woont een paar blokken verderop, dus binnenkort moeten we maar eens weer wat samen eten, ik heb haar visitekaartje gekregen (ieuw).
Na een korte en koude nacht (Rob sliep op m’n dekbed, dus ik had slechts een hoeslaken, en Brenda had liever niet dat de verwarming aan ging – zij sliep overigens in een slaapzak) stond vanochtend vroeg Michiel voor de deur, om te gaan schatzoeken. We hebben eerst met z’n vieren ontbeten / theegedronken, en ik heb m’n bezoekers nog even genadeloos ingemaakt met Boggle, waar ze zelf om vroegen. Rob en Brenda hebben de trein terug genomen naar hun respectievelijke bestemmingen, en ik heb met Michiel eerst een plan uitgezet voor de dag. Dat plan bestond uit geocaching. Dit is een spelletje voor liefhebbers van speledingetjes. Het bestaat uit het zoeken van een soort schat met behulpt van GPS. Michiel heeft een draagbare GPS-ontvanger. De cache die we hebben uitgezocht is deze.
Rond enen vertrokken we van het Janskerkhof, waar de digitale schatkaart begon. De eerste coördinaat was snel gevonden, maar de schat aldaar was uitermate goed verstopt. We hebben wel een uur gezocht op een oppervlakte van 20 vierkante meter, en uiteindelijk vond ik de volgende aanwijzing: een plankje met daarop de instructie om een bepaalde afstand in een bepaalde windrichting te lopen. Deze instructie hebben we eerst in de wind geslagen om een kopje chocolademelk te drinken. Daarna was de echte schat – een boekje waarin je kon noteren dat je het boekje had gevonden – vrij snel gevonden. Gelukkig. Na zeven kilometer lopen vonden we dat we wel een busreis terug hadden verdiend.
Net als vorig jaar had ik gister een feestjje in café het Pandje aan de Nobelstraat. Dit keer was de familie vertegenwoordigd door papa en Brenda, met wie ik eerst nog in de stad wat gegeten heb. Toen we netjes tien minuten voor acht – de aanvangstijd – voor de deur stonden, was die laatste nog gesloten. Daarop heb ik meteen een paniekplan in elkaar gedraaid, dat bestond uit het opbellen van het café (er was inderdaad niemand thuis), en het opzoeken van de cafébaas op z’n huisadres dat ik had gekregen van een stamgast van de buurkroeg (niet thuis). Om drie over acht, ik was inmiddels bijna een briefje aan het ophangen dat het fuifje verplaatst was naar een nog nader te bepalen concurrent, kwam René, een van de eigenaren, op z’n fietsje, om de tent te openen. Niet veel te laat trouwens, want de gasten waren later (op Lars na).
Het feest was althans volgens mij erg geslaagd, er kwamen een hoop mensen, en ik denk dat het merendeel het wel naar hun zin heeft gehad. Dit jaar waren er veel internationale bezoekers, onder wie Chinezen, een Duitser en een Fransman. Om kwart voor elf kwam Rob aan, een half uur voor zijn laatste trein terug vertrok. Hij moest dus ook blijven slapen. Maar niet voordat het feest was afgelopen, wat ook vrij laat was – de laatste gasten kwamen om half een pas aan. De eerste vertrekkers – die uit Drenthe – waren toen al ruim twee uur weg.
Bij het afscheid heeft iedereen een zakje pepernoten meegekregen, met dank wederom aan de fietsenmakers aan de Nobelstraat, die een tweede doos ter beschikking hadden gesteld. Dit tweede afstudeerfeestje was zeker een reden om m’n best te doen over vier jaar weer een reden tot feesten te hebben.
Met dank aan Rob, voor de schop onder m’n kont, eindelijk weer eens een berichtje op m’n weblog. Ik ga niet de afgelopen twee weken beschrijven, die zullen wel altijd een groot raadsel blijven. Dus geen verhalen over een spetterende oudjaarsavond in Oosterhesselen waar ik met de kerkklok het nieuwe jaar heb ingeluid, geen verhaal over m’n nieuwe fiets, en de enorme doos pepernoten die ik daarbij kreeg (bijna op), niets over mijn eerste week als AIO aan het Mathematisch Instituut. In plaats daarvan een gewoon berichtje op m’n weblog, van wat ik vandaag gedaan heb. Mocht je het willen weten.
Na een dag intensief lezen – ik ben mijn kennis Functionaalanalyse aan het bijschaven danwel van de grond af aan het opbouwen – ben ik om zes uur naar de bloedbank gegaan, jawel, om bloed te geven. Op de Uithof zit ook een dependance van de bloedbank, waar ik vandaag voor het eerst ben geweest. Ik kon het eerst niet vinden en vroeg de weg aan een loslopende buschauffeur, en die wees me – achteraf niet verbazingwekkend – een route die me over de busbaan voerde. Dus ik ben hoogst illegaal bezig geweest.
In het centrum van Utrecht was de politie druk aan het controleren, op door-rood-fietsers, en mensen zonder licht. Maar ik ben niet bang voor de politie, want ik heb niks gedaan! (En op m’n nieuwe fiets zit zelfs licht).
Thuis heb ik onder toeziend oog van mijn twee huisgenotes de hal schoongemaakt, om d’een of and’re reden gaat dat bij mij beter als er iemand kijkt en aanmoedigt. Ik heb de vloerbedekking niet gestofzuigd en maar gewoon weggegooid, aanstaande maandag krijgen we laminaat!