Als aanvulling op mijn vorige verhaal: Unicef neemt het zelf niet al te nauw met taal. Op hun site vond ik de volgende ‘poll’ (peiling in goed Nederlands)
Laat u uw kinderen onhinderd internetten, of kijkt u over hun schouder mee om te voorkomen dat ze in aanraking komen met seks en geweld?
Hierop kon met ‘ja’ of ‘nee’ geantwoord worden. Het aantal nee-stemmers is behoorlijk groot, en bestaat waarschijnlijk grotendeels uit kinder- en internetlozen.
Vandaag had ik in de Eigenruimte een discussie met Guido, over het gebruik van de ‘t’ in de gebiedende wijs. Ons idee is dat het schrijven van “Wordt lid van Unicef” (om even het voorbeeld van Onze Taal te pikken) verouderd is; het zou zo uit een boekje uit 1910 kunnen komen. “Loopt naar den pomp” is een voorbeeld van hoe het gebruikt zou kunnen zijn.
De imperatief in “wordt lid van Unicef” is een imperatief van de tweede persoon meervoud (‘jullie’). Het wordt anders als de beleefdheidsvorm wordt gebruikt – een derde persoon enkelvoud – als in “Komt u binnen.” Volgens een Belgische pagina komt er in deze vervoeging echter altijd het persoonlijk voornaamwoord ‘u’ bij. Er zijn dus twee mogelijkheden:
- Word lid van Unicef.
- Wordt u lid van Unicef.
Mensen die het niet eens zijn met deze analyse, in het bijzonder Guido, wordt vriendelijk gevraagd een reatie hierop te plaatsen.
Ik was net een beetje zinloos aan het surfen, zo zinloos zelfs dat ik verzandde in het lezen van de gebruiksvoorwaarden van een site (zeg bla.nl). Hieronder een stukje uit die gebruiksvoorwaarden:
8.9 […] bla.nl raad u daarom aan om […]
8.10 bla.nl kan niet garanderen dat bla.nl foutloos is […]
Tsja, dat ze niet foutloos waren bleek in het voorgaande artikel dus al…
Omdat ik vandaag nogal krap in m’n tijd zat (zie de vorige twee berichten) had ik nog geen fatsoenlijke maaltijd klaar voor Jan-Jaap en Peter, die zouden komen eten. Ik had wel ingredi√´nten voor soep, en die hebben we dan ook gebruikt. Om soep te maken. De heren hadden echter nog niet genoeg gehad, en daarom zijn we nog even naar de snackbar gegaan om patat voor de heren, en baklava voor mij te halen.
We hebben niet alleen een film gekeken vanavond, maar ook eens een spel gespeeld: Odysseus (dat ik laatst van Mirianne en Rinse heb gekregen). Peter was het moest van ons alledrie, maar doordat hij de hele tijd Zeus was heeft hij wel gewonnen, met 10 tegen 8 en 8. Na een potje waren we dusdanig vermoeid dat we de kamer in bioscoopopstelling hebben getransformeerd, en een film hebben gestart: The Dark Crystal, een poppenfilm van Jim Henson die we alledrie al een paar keer hadden gezien. Dat kijkt wel zo ontspannen. Ter vergelijking heb ik hierna nog een aflevering van Fraggle Rock gestart, met als coolste figuur “Cantus the Minstrel” (kom een keer kijken als je wilt).
Op initiatief van Imre heb ik vanmiddag (enkele minuten nadat ik had gewinkeld) met een club mensen de nieuwe kamer van Yo-yi geschilderd, als verrassing voor haar verjaardag vandaag. Ik was zo slim geweest niet meteen m’n nieuwe Dockers-broek aan te doen. De kamer was al volledig vol, en het plafond moest worden geschilderd. En dat alles voor 5 uur, want dan kwam Yo-yi terug. Toen ik aankwam, waren alleen Imre en Jan er, en met hen heb ik de spullen in de kamer nogal gecomprimeerd onder het bed geplaatst. Imre heeft zich erg goed beziggehouden met het verwijderen van een sticker op de deur, terwijl Jan en ik het plafond witten. Dit heeft Imre overigens uitstekend gecompenseerd door het stuk plafond boven de hoogslaper, liggend op het bed, te schilderen. Hierbij heeft hij regelmatig z’n hoofd gestoten aan de nog natte verf, wat zijn haarkleur onmiddellijk in ‘peper-en-zout’ kleur veranderde.
Om zeven voor vijf kwam Yo-yi thuis, en ze was inderdaad behoorlijk verrast. Niet zo verrast overigens dat ze geen taart bij zich had. De kamer was op dit moment nog een behoorlijke puinzooi, de grond was nog bedekt met plastic, kranten en verfspatters, en de deur werd nog geschilder. Toch leek Yo-yi behoorlijk blij. Ik ben heel even gebleven om een stukje (twee stukjes) taart te eten, en ben daarna snel naar huis gefietst om m’n kamer op te ruimen voor het bezoek van 18 uur.
Tijdens het snelle fietsen heb ik nog een wedstrijdje gedaan met een jongedame op een opgevoerde brommer, en ik heb het nipt verloren. Ze was zo vriendelijk me bij het volgende stoplicht te melden dat we volgens haar teller 40 km/u hadden gereden. Niet slecht voor centrum Utrecht dacht ik zo.
Vanochtend heb ik met Lotte eindelijk eens kleren gekocht. (De wortelbroeken waarin in normaalgesproken door het leven ga mogen van haar echt niet meer. Gisteravond heeft Lotte al ‘modepolitie’ gespeeld bij m’n kledingla, er is nu een vuilniszak kleding uit die la verdwenen, vooral spullen die ik toch al niet aan durfde te trekken. Ik bleek nog een overdaad aan blousejes (sic) te hebben, dus die hoefden we vandaag niet meer te halen (bij mij is ‘kleren kopen’ ongeveer synoniem aan ‘nieuw blouseje kopen’, vandaar dat ik er zo’n hoop heb).
We hebben vandaag – zoals dat bij winkelen hoort – behoorlijk veel geslenterd, en hebben ten minste 6 winkels aangedaan. Bij slechts een winkel heb ik wat gekocht, en wel twee broeken. Dat na eerst vijf andere gepast te hebben, ‘voor de statistiek’.
Waarschijnlijk moet ik nu binnenkort weer winkelen, want het is me behoorlijk goed aangepraat dat de broeken die ik de afgelopen 23 jaar van mijn leven gedragen heb écht niet meer kunnen…
Ik heb ook nog wel wat leuke bovendingen (geen blousejes, dus longsleeves ofzo) gezien, maar daar stonden allemaal rare teksten op zoals Nudie of Big Daddy. Niet iets waarmee ik op m’n rug wil lopen.
Ik heb gisteren mijn studiegenoot LiChao uitgenodigd om bij mij te komen eten. Ik was ‘m tegengekomen in de trein vanuit Eindhoven, waar hij nu stage loopt bij Philips. Het eten dat ik had uitgezocht was niet bijzonder bijzonder: boerenkool. En ik was de worst ook nog vergeten… Maar toch vond LiChao het wel lekker, of althans hij heeft niet geklaagd. Dus nu heeft hij ook kennisgemaakt met de rijke traditie van de Hollandse keuken.
Zojuist heb ik, tot mijn grote spijt, de server moeten uitzetten. Het apparaat, dat onder mijn koelkast staat, deed al 253 dagen ononderbroken trouwe dienst. Maar nu haperde er toch wat. De belangrijkste dingen deden het nog prima (deze website, internet verdelen), maar op de een of andere manier kon ik niet meer met hem praten. Het toetsenbord reageerde gewoon niet meer. Andere mogelijkheden heb ik niet om ermee te praten, behalve dan de aan-uitschakelaar. Dus nu begin ik opnieuw uptime te sparen…
Hoewel ik vandag extra m’n best heb gedaan om op tijd in Eindhoven te zijn (ik ben er zelfs eerder voor naar bed gegaan) ziet het ernaar uit dat ik pas rond elven zal aankomen. Ik heb me nog in volle sprint naar het station begeven, waar bleek dat de trein die ik hebben moest vandaag helaas niet reed. Ik ging dus snel naar het perron van de volgende trein, en ben vast ingestapt in de trein die daar gereed stond. Toen hij wegreed, tien minuten v√≥√≥r de gepande tijd begon ik te twijfelen. Ik had de trein naar Ede-Wageningen genomen…
Een uur later, terug in Utrecht, bleek de tussentrein nog steeds niet te rijden. Ik zit nu dan ook met twee treinladingen mensen in de trein, die voor de gelegenheid is gehalveerd. Naast mij op de trap zit een nogal jolige meneer, die zegt tegen mensen die de wc-deur gesloten vinden: “Ze wil even alleen zitten.”
Laat ik trouwens mijn heldendaad (of klunzendaad) van vanochtend niet onvermeld laten. Ik had m’n PDA-pennetje op het perron laten vallen, en hij rolde natuurlijk op het spoor. Met de verwachting dat de trein toch nog wel even op zich zou laten wachten ben ik toen hoogstpersoonlijk van het perron gesprongen, en heb het PDA-pennetje gered. Waardoor ik nu dit bericht kan typen.
Het is af! Tenminste, we hebben het af verklaard. De begeleidingsmuziek voor het rapnummer dat binnenkort gezongen wordt op het Verwey-Jonker Instituut is nu al te beluisteren. Gelieve het alleen nog even stil te houden, het moet een verrassing worden…