Wiskundig
Je bent wiskundige als:
- Je afwezig suiker over je broodje kroket strooit (een collega)
- Zout op je krentenbol strooit (een student)
- Een grapefruit probeert te eten gewapend met niets dan een bot mes een een lepel, en daarbij grapefruitsap in je eigen oog spuit (een collega)
- Je gaat zwemmen en je ondergoed vergeet (ik)
- Je gaat zwemmen en je b.h. vergeet (een collega)
- Je gaat winkelen en je portemonnee vergeet (een collega)
- Je gaat winkelen en je boodschappen vergeet (ik)
- Je aangifte doet van een gestolen fiets die je bij de winkel vergeten was (ik)
- Je probeert The Elements uit je hoofd te leren (een collega en ik)
- Je T-shirts koopt bij Thinkgeek.com (een collega)
- Je de vitamine C dichtheid van je fruit berekent, en zo een optimale hoeveelheid vitamine C per eenheid fruit nuttigt (een collega).