Tammo 80

Home / Weblog / Java / Reizen / Taalverhaspelingen

22 November 2004

Maine

Momenteel zit ik in de bus van Bangor weer terug naar Philadelphia. Ik heb de afgelopen dagen een hoop meegemaakt, en aangezien de chronologische volgorde nu al niet meer relevant is zal ik hem zo veel mogelijk weglaten.

Bij Margaret en Coen heb ik een avondje gezellig gekletst, met een kopje thee (let op de relevantie van de laatste komma). Verder hebben we een paar films gekeken, waaronder de drie muskatiers, Jelles lievelingsfilm. Ik had een paar afleveringen ‘Floris’ mee, waarin een voor Coen heel enge scène in zat, met dokters met enge mondkapjes die ‘opperdepop’ zeggen. Hij is er hier, 30 jaar nadat de aflevering in z’n geheugen gegrift werd, achtergekomen dat ze eigenlijk ‘open de poort’ zeggen.

Coen en Margaret zijn allebei hardwerkende PhD-studenten, en ik heb ze goed van hun werk gehouden. Wel heb ik Coen wat kunnen helpen met de computer, we hebben wat programma’s gekopieerd, en ik heb wat dingetjes laten zien. Ook heb ik de videocamera van Margaret op de computer aangesloten, zodat ze de filmpjes ook terug kan zien.

Ik heb ook gezellig met Jelle, hun gezellige hummeltje van bijna 1000 dagen oud, gespeeld. We hebben geschommeld (ik heb de glijbaan niet gezien!), een legotorenwagen gemaakt, en een mooi treinenstelsel, waarvan Coen niet onder de indruk was. Maar ik wel.

Ik ben met Margaret en Coen naar een graduate borrel geweest, in een oud gebouw op de campus van de University of Maine. Met Coen ben ik een andere avond even naar de kroeg geweest, eigenlijk om ‘m weg te brengen, maar ik heb ook een glaasje cola gedronken (m’n enige in de States). In de kroeg heb ik gezellig zitten kletsen met een meisje dat Heather heette net van Haverford College kwam, tweehonderd meter van waar ik woon. Op weg naar de kroeg stond er een file van drie kilometer tussen Old Town en Orono centrum (dit is de gehele afstand), dit omdat er net een ijshockeywedstrijd was afgelopen. Ik ben nu dus een van de weinigen die ooit in Maine in een file heeft gestaan.

Het eten was hier een avontuur op zich. Toen ik aankwam stond er heerlijke stamppot boerenkool voor me klaar, en de volgende dag was er stamppot zuurkool. De dag daarna was er wat bijzonderder eten: we hebben in de supermarkt drie kreeften gekocht (levend!). Coen heeft die koelbloedig in kokend water koud gemaakt. Het was een geweldig, en heerlijk, avontuur om kreeft te eten. Met zelfgebakken patat van de overgebleven aardappels van de zuurkool.

We zijn op een uitje geweest naar de Atlantische kust. Een stukje daarvan ligt in Stonington, net onder Deer Isle. In Stonington zijn Coen en ik een stukje de zee in geklauterd om allemaal mooie foto’s te maken. Van een hoop bootjes, water, en lucht (foto’s volgen). Dat terwijl Jelle in de auto sliep en Margaret hard aan het leren was in de auto. In het sjiekste restaurant van Stoningtona hebben we een kopje koffie (jawel, koffie) gedronken met een lekker vette muffin. Op de terugweg heb ik gereden, met als hoogtepunt een enge smalle hoge brug, een soort achtbaanbrug. De Subaru, een geweldige auto vooral als het sneeuwt (wat het niet deed) trok het prima, complimentje voor de Japanners. Op de heenweg zijn we nog ergens uitgestapt om naar de kust te kijken. We hebben met wat versgeplukte appeltjes overgegooid, een heerlijk uitje. Alleen de gehaktballen ontbraken, aandachtspuntje voor de volgende keer.

No Comments »

No comments yet.

RSS feed for comments on this post. TrackBack URL

Leave a comment