Naar de Poconos
Na een dag hard werken (of een poging daartoe) en een lekker hutspotmaal, zijn we gisteren rond half zeven vertrokken richting Poconos. Ik heb aangegeven dat ik ook wel een stukje wilde rijden, maar Bram begon. Dat was ook wel handig, want de route was uitermate ingewikkeld. In ieder geval zo ingewikkeld dat zelfs hij verkeerd reed, wat te denken geeft over wat er ware gebeurd als ik had gereden.
Een voordeel van de toeristische route die we nemen is dat ik de ‘overhanging rock’ (een grote rots die een stukje over de weg hangt) nu nog zes keer heb gezien, wat het totaal op tien brengt. Ik kom zeker aan m’n toeristische trekken hier.
We hebben zo’n drie kwartier gedoold in de buurt van Philadelphia. Bram heeft een filosofie dat hij alles rustig aan moet doen omdat dat goed voor z’n hart is. Goed voor mijn hart is dat in ieder geval niet. Wachten voor een groen licht om te bedenken welke kant we op moeten, wachten op een kruispunt 100 meter voor een rood licht, keren op een kruispunt, en dat allemaal met toeterende medeweggebruikers, is niet goed voor mijn hart, weet ik nu. Uit ervaring.
Toen we op de grote weg waren – en die is hier groot – suggereerde Bram tot mijn genoegen dat ik ook wel een stukje kon rijden. Ik mocht meteen beginnen met een voor mij onbekende bijzondere verrichting: invoegen vanaf de vluchtstrook. Uitstekend gelukt natuurlijk. Het andere verkeer ging ook prima, ik heb voor het eerst in een echte file gestaan, en ben ook voor het eerst over een sinusoïdale weg gereden, waar elke 100 meter een punt van vertrouwen zit: over het bultje scheuren en afwachten wat erachter zit. En guess what: ik ben er nog, dus het ging uitstekend.
Toen we ‘s avonds laat aankwamen, hebben we bij een vers aangestoken gaskachel nog een flesje wijn genuttigd, waarna ik erg voldaan ben gaan slapen, afwachtend wat morgen zou brengen.