Ik sta op internet! Zie het volgende filmpje van vk.tv (van de Volkskrant):
Ik heb dus meegewerkt aan de tentoonstelling Boeiende Bagage in het Universiteitsmuseum. In een van de panelen heb ik iets geschreven, voor een doelgroep van 12- tot 80-jarigen, over datacompressie met wavelets, in het bijzonder JPEG 2000 (maar dat heb ik niet met naam genoemd omdat de term inmiddels al ouderwets klinkt).
Wie iets meer hierover wil weten kan tot 2015 kijken in het universiteitsmuseum. Op verzoek geef ik een rondleiding.
Ik zat net, op een zeldzaam avondje vrij, te luisteren naar het prachtige radioprogramma Twij deuntjes veur ain cent (uiteraard op Radio Noord). Daar kwam het geweldige nummer Bie de Lidl van Voorheen de Bende voorbij. Voorheen de bende was vroeger De bende van Baflo Bill, o.a. van het nummer Duddelip (hier in een uitvoering van HEM, Hessels Eerste Mannenkoor – voor de liefhebber). En die Bende van Baflo Bill was vroeger Rooie Rinus en Pé Daalemmer. Met bijvoorbeeld het juweeltje Zo ain as doe. Van die laatste hieronder een fragment.
n stuk of wat vratten op dien baaide linkerhanden
n haile dikke poest op dien rechterbil
en in dien mond doar ontbreken n poar tanden
ast wat tegen mie zegst din vlaigen de sputters op mien bril
vieze vette hoaren dai vind ik voak in keuken
peuterst in dien neus, ast eten veur mie kookst
kroep ik op bèr din vind ik van die gore peuken
omdastoe veur het sloapen eerst nog n sigaretje rookst
moar het gekke is wicht, mit die bin ik tevree
want zoas doe is der in t haile land gainain
nee t gekke is gré, mit die bin ik tevree
al is t ook nait aaltied rozegeur en moaneschien meschain

Ik heb vandaag, net als vorige jaren, de Stamppotrally in Drenthe gereden. Deze rally wordt elk jaar door de Lions in Coevorden, en in het bijzonder door mijn vader, uitgezet. De opbrengst gaat naar het goede doel. Dit jaar deden er 59 equipes mee, waarvan een hele hoop in oldtimers.
Het idee van zo’n rally, je mag ook gerust puzzeltocht zeggen, is dat men een parcours met een voorgeschreven (bescheiden) gemiddelde snelheid moet rijden. Dat parcours, zo’n 200 kilometer, wordt door middel van het bolletje-pijltjesysteem aangegeven. Er zijn nog een paar complicerende extra opdrachten: om te controleren of men daadwerkelijk het parcours aflegt (en niet rechtstreeks naar het stamppotrestaurant rijdt) staan onderweg bordjes, ter grootte van een halve ansichtkaart, met daarop een letter. Die moeten genoteerd worden. Verder moesten we nog 8 foto’s herkennen, en was er een speciale behendigheidsproef.
De behendigheidsproef was losjes gebaseerd op het oud-Friese ringsteken. Langs de oprit van m’n vader stond een kledingrek met daaraan 6 kledinghangers. Die moesten vanuit een rijdende auto opgepakt worden, en in een emmer een eindje verderop gedeponeerd worden. De moeilijkheid voor de bestuurder zit er hierbij in de auto zo langzaam mogelijk te laten rijden, en voor de bijrijder is het de kunst om zo ver mogelijk te reiken zonder iets te verrekken.

Ik was zoals altijd bijrijder, en had van m’n zusjes al een succesformule gehoord: draai het autoruitje helemaal open en ga in de opening zitten. Dat hadden ze iemand met veel succes zien doen. Achteraf denk ik dat die persoon waarschijnlijk in een cabriolet reed. Het bleek namelijk dat je zittend in de rijdende auto moest beginnen. Ik heb, als een ware Houdini, mezelf helemaal (met uitzondering van m’n linkerbeen) door het autoruitje gewurmd. De kleerhangers vormden vervolgens geen uitdaging meer.
En dan nu de uitslag, want daar gaat het natuurlijk om: Jaap en ik zijn twaalfde geworden. En de stamppot was heerlijk.