De festivaltijd komt eraan, en wie dat wil kan elk weekeinde in een modderig weiland naar popmuziek luisteren, handgeknoopte Indiase armbandjes kopen en plastic borden met kebab naar binnen lepelen. (Dankjewel Aaf.) Ik ben zo iemand. Vorige week ben ik met mijn gewaardeerde collegae naar Festival Mundial in Tilburg geweest. Russische collega Sasha had, speciaal voor het uitgaan, haar witte glimschoentjes aangedaan. Inmiddels heeft ze weer een stukje Nederlandse cultuur erbij geleerd.
Dit weekend was de herkansing in Utrecht: het wereldfeest. Daar kon ik helaas niet heen, omdat ik een paar schoenen naar m’n vader moest terugbrengen (wat helaas niet gelukt is). Maar in Drenthe was er gelukkig ook een festival: het literaire Zomerzinnen in Wezup. Voortbouwend op de traditionele Kerst op de Deel waren hier schrijvers op de deel (deel van een boerderij) te vinden. Het festival werd geopend door niemand minder dan Freek de Jonge. Verdere toppers waren dichter des vaderlands Driek van Wissen, stadsdichter van Emmen Gezienus Omvlee, Kader Abdolah, het vrouwentoneel van Erica, Jan Siebelink, Jan Vos, en Frank Westerman. Ook was er in de feesttent een boekenveiling. Alexander Pechtold veilde hier boeken voor bedragen ver onder de vaste boekenprijs.
Brenda en ik zijn naar drie delen geweest. De eerste deel was vol, dus daarover ben ik vrij snel uitgepraat (hoewel ik gerust even zou kunnen uitweiden over het fanaticisme waarmee de organisatie het overige publiek wegstuurde). De tweede deel werd bezet door een “filofonisch” orkest, dat ‘klassiek met een knipoog’ speelde. Die knipoog was helaas wat weinig subtiel. Dit orkest werd afgelost door Driek van Wissen, onze Dichter des Vaderlands. Hij droeg voor uit eigen werk. Hij begon daar, met dank aan het filofonisch orkest, wat laat aan, en liep ook behoorlijk uit. Brenda vond het na zes rijmpjes wel welletjes, waardoor ik nu autobiografisch kan dichten: Ik ben weggegaan bij Driek van Wissen / Omdat mijn vriendin moest pissen.
Ter afsluiting zijn we naar een interview geweest van Frank Westerman, schrijver van goede non-fictie boeken en oud-correspondent Rusland van het NRC—nu is Coen van Zwol dat. De interviewster was een corifee van de regionale televisie. Zij wist mijn tenen bij elke vraag te krommen, maar Frank Westerman deed er alles aan om het gesprek voor het publiek tenminste leuk te houden. Mijn vaste voornemen is om binnenkort het boek Ararat van Westerman te lezen, en nooit meer naar RTV Drenthe te kijken.
Het is weer zover: de grote operaproductie van Xynix is geweest. Zoals elk jaar was ik vrijwilliger, hoewel dit jaar wat minder trouw dan andere. De opera, die elk jaar op een bijzondere locatie wordt opgevoerd, ging dit jaar over Antigone, dochter van Oedipus, die de dodenrivier Styx probeert over te steken (maar daarvoor een obool mist). De locatie was een oude verensmederij van de NS in Amersfoort. Als vrijwilliger heb ik wat mensen de parkeerplaats gewezen, maar de echte lol zat erin dat ik ook de voorstelling mocht bekijken.
De muziek was van—inmiddels ook bij mij—bekende Nederlander Chiel Meijering, en werd uitgevoerd door orkest De Volharding. Dat maakte de opera wat luchtiger dan die van vorige jaren. Ter illustratie een kort fragmentje van de tune die Styx-schipper Charon opzette bij elke nieuwe dode: Doden wilt u overvaren?. De laatste avond was het bijzonderst: ik mocht backstage de deuren opendoen voor de motor die spectaculair het podium opkwam. In voorgaande jaren speelde een Hummer (Dido & Aeneas) en een groot jacht (L’Orfeo) mee, dus de motor viel een beetje tegen. Maar toch cool. Ware het niet dat het ding niet wou starten, maar dat heeft gelukkig niemand gemerkt.

Sander neuriede vorige week een dag lang een deuntje, hard genoeg dat ik het door het geluid van m’n koptelefoon heen kon horen. Tegen vieren hield ik het niet meer en vroeg ik wat het voor melodietje was. Sander dacht vaag dat het iets met het meisje met de prei te maken had. Dit clipje veroorzaakte een enorme internetrage, die volstrekt aan mij voorbij is gegaan. Het staat zelfs gedocumenteerd op wikipedia. En sinds kort dient de muziek eruit als achtergrondmuziek in een Eneco-reclame.
Thuisgekomen neuriede ik nog steeds, waarop Brenda stomverbaasd vroeg hoe ik dat nou weer in m’n hoofd had gekregen. Zij kende het liedje van een cd van de Karelische volksdansclub Kantele, die ze jaren terug in Petrozavodsk had gekocht. Gelukkig is Brenda’s hele cd-collectie inmiddels ook in Utrecht, zodat ik het liedje ook op de computer kon zetten: hoor maar. Ook de live-uitvoering door de groep Loituma is het bekijken waard.
Rest me te zeggen dat het meisje op het plaatje niet zwaait met een prei, maar met een negi of stengelui.
De universiteit is een gediplomeerd bedrijfshulpverlener rijker. Na een uitgebreide cursus van een dag, door docent Willem, mocht ik vanochtend examen doen. Het examen begon met een theoriegedeelte (uitslag: Dijkema: 14 fout—ik had me vergist bij vraag 14). Daarna gingen we naar de blusplaats, waar het echte werk begon. Gelukkig wist ik van de theorie het verschil al tussen een brandslanghaspel en een schuimblusser, en zat de deurprocedure er stevig in. De eerste brand bestond uit een brandende prullenbak, die ik met een in een vloek een een zucht uit had (een poep een scheet is in zo’n geval onverstandig). Daarna moesten we een brand in de container uitmaken, waar wederom een prullenbak in lichterlaaie stond. Deze was ook redelijk snel uit, naar ik achteraf begreep doordat de instructeur de gaskraan had dichtgedraaid. Dus nu ben ik gediplomeerd, en kunnen mijn collega’s gerust zijn bij calamiteiten—vooral bij brandende prullenbakken.
