De bende van Tammo Tachtig

Onlangs kreeg ik een e-mail van iemand die mij op het boek De bende van Tammo Tachtig attendeerde. Natuurlijk wilde ik dit boek graag lezen, zeker gezien de zeer schappelijke prijs van 4 euro incl. verzendkosten. De auteur, Klaas Vanderspoel, schrijft zelf over het boek: “Het is een thriller waarin ‘De bende van Tammo Tachtig” een toonaangevende
rol speelt. Een andere hoofdrol is voor inspecteur Erik Grand van de
regiopolitie Groningen. Het is geen literaire thriller, maar gewoon een
spannend, af en toe hilarisch boek.’
Het moge duidelijk zijn dat Tammo Tachtig in dit boek een bad guy is. Dat Vanderspoel hier een klinkende naam kiest is niet heel verwonderlijk: andere voorkomende figuren zijn Zacco Wendelaar (slechterik met een dubieuze reputatie), Patrick Snuivert (voetballer), Boebie Trap (vrouw van slechteriken). Een karakterbeschrijving van bendeleider Tammo Tachtig verschijnt op pagina 6:
Tammo Tachtig, een baardige man met een massief hoofd met lange, zwarte, krullerige haren, grote groene ogen, borstelige wenkbrauwen en een gezicht, dat zelfs neushoorns op de vlucht zou kunnen jagen, had een forse bolknak tussen de wellustige, dikke lippen. Goos Kamphuis gorgelde intussen een glas Martini naar binnen en stak een sigaret in brand.
‘Het is in elk geval de dochter van multimiljonair Luppo Potjegort,’ zei Goos, met de sigaret in de rechter mondhoek. Zijn lelijke gezicht vertrok zich daarbij tot een grimas, die buitengewoon afstotend werkte. Tammo Tachtig knorde een beetje.
‘Ik twijfel daar niet aan,’ antwoordde hij met zijn diepe stem. Alleen deze stem kon iemand het kippenvel op het lijf jagen.
Het boek is, persoonlijk gebonden en gesigneerd, te bestellen bij de auteur zelf, via leops@home.nl. Als aanrader kan ik toevoegen dat het boek spannend was en dat ik het in één ruk (nou ja, misschien twee) heb uitgelezen.
Net gevonden in de spelletjeskast: een Nederlandse vertaling van
Vorige week ben ik naar een blijspel geweest. In
>Voor wie het nog niet doorhad, ik gebruik
De festivaltijd komt eraan, en wie dat wil kan elk weekeinde in een modderig weiland naar popmuziek luisteren, handgeknoopte Indiase armbandjes kopen en plastic borden met kebab naar binnen lepelen. (Dankjewel
Brenda en ik zijn naar drie delen geweest. De eerste deel was vol, dus daarover ben ik vrij snel uitgepraat (hoewel ik gerust even zou kunnen uitweiden over het fanaticisme waarmee de organisatie het overige publiek wegstuurde). De tweede deel werd bezet door een “filofonisch” orkest, dat ‘klassiek met een knipoog’ speelde. Die knipoog was helaas wat weinig subtiel. Dit orkest werd afgelost door Driek van Wissen, onze Dichter des Vaderlands. Hij droeg voor uit eigen werk. Hij begon daar, met dank aan het filofonisch orkest, wat laat aan, en liep ook behoorlijk uit. Brenda vond het na zes rijmpjes wel welletjes, waardoor ik nu autobiografisch kan dichten: Ik ben weggegaan bij Driek van Wissen / Omdat mijn vriendin moest pissen.
Het is weer zover: de grote operaproductie van 
De universiteit is een gediplomeerd bedrijfshulpverlener rijker. Na een uitgebreide 