Gistermiddag ben ik dan toch echt maar eens begonnen wat werk te doen. Stap 1 hiervan is om duidelijk te krijgen wat er gedaan moet worden; ik heb een schema gemaakt van ons hele model getekend (het past maar net leesbaar op een A4’tje of eigenlijk Letter-tje). Ook heb ik eens wat foto’s geschoten van het huis, waarvan hieronder eentje.

‘s Avonds hebben we weer bij de Thai gegeten (nadat we tussen de middag trouwens wederom cheesesteaks hadden gehad, Gerrit Jan’s lievelingseten). Ditmaal met z’n tweeën, Gerrit Jan is inmiddels vertrokken naar het verre noorden.
Gister was m’n praatje aan UPenn. Ik heb van tevoren nog een keer droog geoefend, en dat ging redelijk. Natuurlijk ging ik vol vertrouwen het praatje in, want dat is de enige manier om goed te kunnen praten. Om 11 uur zaten er 7 man (en geen paardenkop) in de zaal, wat bedroevend weinig is. Tot mijn vreugd natuurlijk. De lezing ging heel voorspoedig, het viel me op hoe dilligent de studenten aantekeningen zaten te maken. Duidelijk serieuze lui! Achteraf bleek dat ze het aantekeningen maken allemaal hadden opgegeven, omdat ik veel te snel door m’n slides heenging. Dat had nog een andere keerzijde, ik was al halverwege het lesuur klaar. Gerrit Jan is toen bijgesprongen en heeft een paar vragen die we hadden uitgedeeld uitgelegd. Al met al is zo’n praatje natuurlijk een geweldige ervaring, maar ik ben blij dat ik ervan af ben.
Donderdagavond waren we met z’n drieën uitgenodigd bij de zus van Gerrit Jan, om daar te komen eten. Het was me al duidelijk dat zij een begenadigd kokkin is, ze had namelijk dinsdag ook al eten langsgebracht. Het huis waar zij met haar gezin woont is naast typisch Amerikaans ook geweldig luxe: het eerste dat me bij binnenkomst opviel was dat ze een platte TV met een diagonaal van een meter hebben staan. Later heeft hun zoon me zijn speelkamer laten zien, met nog zo’n TV, en in de keuken stond een TFT-schermpje. Argh. Zoonlief was trouwens nog aan het zeuren om een auto – hij is net zestien – en zat te twijfelen of hij door moest blijven zeuren voor de BMW sportwagen, of dat hij toch voor een of andere SUV zou gaan. Een Fiat is natuurlijk geen optie.
Het eten was, zoals verwacht, heerlijk, onze gastvrouw had lasagne gemaakt. Als toetje, we zaten inmiddels weer in de lounge, was er taart, en men begon te zingen. Het bleek dat Gerrit Jan jarig was, en mij dat natuurlijk niet verteld had. Ik heb hem alsnog hartelijk gefeliciteerd, en lekker van de taart gesmuld.
Donderdagavond laat heb ik nog een keer droog geoefend voor m’n college, en dit ging tamelijk rampzalig. Ik stond te stotteren, kon niet op woorden komen, en haast elk woord dat ik wel kon uitbrengen werd verbeterd. Kwam natuurlijk ook doordat ik moe was. Het totale proefdraaien duurde een uur, dus tijdsproblemen vielen niet te verwachten.
Donderdag – de dag voor m’n college – ben ik met Gerrit Jan naar King of Prussia geweest. Hieraan zat wel een voorwaarde verbonden: het college moest klaar zijn voor we vertrokken. Om twaalf uur heb ik een proeflezing gegeven, die tot halverwege het college ging, en blijkbaar redelijk genoeg, want ik ging mee naar King of Prussia. King of Prussia is een gigantisch overdekt winkelcentrum, groter dan Hoog Catharijne en de Ganzehof bij elkaar. En het ziet er ook beter uit, met vloeren van marmer, en op elke hoek een bankje beter dan die van de Ikea, om even uit te rusten. Duidelijk een upper class gebeuren.
Gerrit Jan had een hoesje voor z’n Palm-computertje nodig, en heeft er direct ook maar wat uitbreidingen bijgekocht – ik heb geadviseerd. Het zal moeilijk zijn me hier in te houden, want alle uspercoole gadgets zijn hier een stuk goedkoper. We zijn ook nog even langs de Apple-winkel geweest, ik wilde even laten zien dat ze daar nog veel coolere gadgets hebben. Er is trouwens in heel Philadelphia geen Apple store, alleen in King of Prussia. Dus dat valt weer mee. We zijn ook nog even langs een T-shirt winkel gelopen, omdat Gerrit Jan daar een grappig shirt wilde kopen met Heavily medicated for your safety. Ik dacht dat het een goed idee was om er eens een fotootje te schieten, maar dat was duidelijk niet de bedoeling (wist een zogenaamd coole puisterige puber me te vertellen). Voor de moeite hierbij toch het – overigens mislukte – fotootje:

Ja hoor, het is me weer gebeurd. Nog geen week weg, en m’n reisverslag loopt alweer achter. Ik zal maar snel even wat gaan bijwerken.
Vandaag was ongeveer de eerste dag dat ik daadwerkelijk aan ons project heb besteed. Niet helemaal natuurlijk, want ik ben wel in Amerika. Ik ben even met Gerrit Jan meegereden om een rijbewijs voor hem te halen, en onderweg hebben we ontbeten met een Egg Muffin, iets met een aanzienlijke dosis cholesterol. Toen we weer thuis waren hebben we onmiddellijk onze spullen gepakt om naar de trein te gaan, want om 11 uur was de tweede lezing van Gerrit Jan. Die was weer prima in orde, hoewel er nog wat spelfouten in zaten. Ik heb er onderweg nog een leuk bewegend plaatje ingefoefeld, afkomstig van de site van meneer Babbs (een groot concurrent van ons).
Tussen de middag hebben we weer gegeten op de Faculty club; er werd geïnformeerd of ik soms liever bij een hotdogstand op straat zou eten, maar dat heb ik ontkennend geantwoord. Op de faculty club stond op het menu: Sweet Potato and Escarole Soup, Fish of the Day, Mashed Potatoes, Stuffing en natuurlijk de salad bar waar ook heerlijk fruit ligt (lag). Bepaald niet beroerd dus, en zeker te verkiezen boven een hotdog.
Daarna hebben we gezorgd dat we een zogenaamde PennKey kregen, zodat Bram draadloos kan internetten. Eerst werden we hiervoor naar een administratieve procedure verwezen (de studenten bij de helpdesk informeerden daadwerkelijk of Bram een nieuwe student was), maar net op tijd kwam Joe binnen. En voor computerproblemen moet je gewoon bij Joe zijn. Natuurlijk. We hebben nu dus een PennKey – totale tijdsinvestering 2 uur.
Vanmiddag hebben we een projectmeeting gehouden met z’n drieën. Er staat nu min of meer vast wat er de komende periode gaat gebeuren, met als prioriteit anderhalf het praatje dat ik overmorgen ga geven. Ik heb al even proefgedraaid, en het blijkt dat ik toch maar een ander onderwerp moet kiezen. Natuurlijk komt dit op het laatste moment nog wel goed. En die studenten betalen toch maar $50.000 collegegeld, dus ze vinden het vast niet erg om naar een stuntelaar te luisteren.
Gerrit Jan zit vanavond bij een studievriend, dus Bram en ik zijn alleen thuis. Initieel was het idee om bij de Vietnamees te gaan eten, tot Bram in een helder moment bedacht dat we de auto niet hebben. Dus toen moesten we in huis op zoek naar eten, wat wonderwel gelukt is. Ik heb van de ingrediënten van de koelkast een omelet gemaakt, met tomaat uit eigen tuin, en doperwtjes uit de vriezer. Op zich helemaal niet vies, en afgezien van het ei misschien nog wel gezond ook. Na het eten hebben we nog even aan het project gewerkt, en nu ben ik doodop van een zware dag. Welterusten!
Vanochtend heb ik, net als Gerrit Jan en Bram, hard gewerkt aan het project waarvoor ik hier eigenlijk ben. Om toch vooral maar niet te veel te werken, hebben we vanmiddag een uitstapje gemaakt op het Battle Ship New Jersey te bezoeken. Bram kent iemand die op dat voormalige marineschip rondleidingen geeft, en die man heeft ons de grand tour gegeven. Het schip is enorm, hoe groot precies weet ik niet, want ze zeiden het in feet. Duidelijk een oorlogsschip, het ziet er haast uit als een stekelvarken omdat er zoveel kanonnen, geweren en antennes op staan.


Bij het instappen aan boord werd gevraagd om de Amerikaanse vlag te groeten; ik heb maar even netjes ‘moi’ gezegd (verstaat hij wel). Door de officer of the day (van dat liedje) werden we toegelaten aan boord, waarna we op de officële tour hebben geleerd hoe de 16 inch en de 5 inch kanonnen worden geladen. Ook zijn we in de kapteinshut geweest, allemaal erg boeiend. Pas echt leuk werd het echter toen de officiëe tour was afgelopen. Onze gids nam ons toen mee op een wandeling door de diepste gangen van het schip (nadat we een aansprakelijkheidsformulier hadden ondertekend). Een paar andere rondleiders – veteranen – vonden het ook machtig interessant, en gingen mee. Ons primaire doel was om de operatiekamer te bezoeken: we zijn immers aan een medisch project bezig. Na wat kissebissen over de route vonden al onze gidsen de operatiekamer, en nadat er iemand van de wal was opgeroepen met een sleutel konden we er ook in kijken. De kamer was nog volledig intact, er lagen zelfs nog medicijnen. (Dat was pas zichtbaar nadat we het lichtknopje hadden gevonden, daarvoor moesten we met een zaklamp kijken.)
Deze privé-tour was natuurlijk geweldig, maar helemaal leuk werd het toen we weer aan dek kwamen een bleek dat daar een fotoshoot bezig was met modellen in bikini’s in de kleuren van de Amerikaanse vlag (met lang niet genoeg stof voor 50 sterren). Er was een professionele fotograaf, maar ook alle senior-gidsen (veterenen) stonden eromheen om hun privékiekje te krijgen. Daarom heb ik op mijn kiekje alleen maar ruggen van veteranen…
Op de terugweg hebben we gegeten bij een Duits restaurant, the Great Onion ofzo. Ik heb een erg lekker stoofpotje gegeten, bijna net zo lekker als die van oma Aly.
Vanmiddag ben ik voor het eerst van m’n leven in een echte RadioShack geweest. Dit is een elektronicatent waar ik op internet regelmatig over lees, en ook zelf wel eens naar verwezen heb, maar ze bestaan alleen maar in Amerika (voor de kenners, het is een soort Amerikaans equivalent van Elektro Hilbrands). Ik heb in het filiaal in Ardmore een batterij-oplader voor m’n camera gekocht, en een verlengsnoertje voor de laptop. De verkoper van de RadioShack was erg onder de indruk van m’n laptop, en wilde hem zelfs even vasthouden. We zijn ook nog even naar een telecomwinkel geweest om te kijken of het rendabel is om hier een sim-kaart te kopen voor in m’n mobiele telefoon (nee, skyp maar), en om een nieuwe telefoon voor Bram te kopen. Dat laatste heeft twee uur geduurd, maar hij heeft nu wel een mooie Nokia. Het avondeten was ook super, we hebben Thais gegeten in een restaurant waar Bram z’n eigen tafel heeft. We hadden ook onze eigen booze mee, wat hier niet ongebruikelijk is. Wel merkwaardig dat de ober het voor ons openmaakte en liet voorproeven.
Vanochtend was de eerste lecture deze week, gegeven door Gerrit Jan. We hebben aan de ontbijttafel (gebakken ei op toast, en cornflakes) al aan de presentatie gewerkt, d.w.z. ik at en deed de technische ondersteuning, en Gerrit Jan at en bedacht wat hij wilde zeggen. We zijn met het treintje honderd meter van het huis naar de University of Pennsylvania vertrokken. Daar zijn we naar de werkkamer van Bram gegaan. Dat is een kamer zoals een professorkamer er uit hoort te zien: vol met boeken, vier wanden, tot het plafond vol, en vol met de lucht van gerookte pijptabak. We hebben hier nog even koffie (thee) gedronken, en de presentatie afgemaakt.
Om 11 uur begon de presentatie, voor een publiek van maar liefst 10 studenten. Na het college moest Bram een paar studenten te woord staan, dus ben ik met Gerrit Jan over het universiteitsterrein gelopen. En dat is groot! Om te beginnen heeft de universiteit een eigen football stadion, met atletiekbaan eromheen. Ook is er een eigen ziekenhuis, museum, park, enzovoorts. Het centrale plein van de universiteit is precies zoals een centraal plein van een Amerikaanse universiteit moet zijn: op de trappen zitten studenten, sommige met studieboeken, en het is omgeven door statige universiteitsgebouwen.
Na deze uitgebreide rondleiding – het is mogelijk om een half uur rond te lopen over het universiteitsterrein en niet twee keer hetzelfde te zien – hebben we geluncht in de Faculty Club. Dat is een sjieke eetgelegenheid waar alleen professoren en genodigden mogen komen. De lunch was ronduit geweldig. Ten eerste mocht je zoveel eten als je wilde, wat voor Nederlanders natuurlijk aantrekkelijk is. Verder was het menu samengesteld door mensen van de universiteit, dus ook nog gezondheidstechnisch gezien verantwoord. Hoewel dat waarschijnlijk meevalt als je alleen maar chocoladetaart neemt (dat heb ik niet gedaan, maar de verleiding was groot).
Op de terugweg naar Haverford heb ik een stel muntjes voor de subway gekregen, zodat ik nu zelfstandig naar Philadelphia kan komen in een half uurtje. Niet dat ik daar momenteel tijd voor heb overigens.
Vlakbij Haverford, en dus ook vlakbij Philadelphia, ligt Valley Forge. Dit is de plek waar het leger van George Washington een paar eeuwen geleden zijn kamp opsloeg, om na een barre winter de Engelsen te verslaan. Op deze plaats ligt nu een gigantisch park, en daar ben ik vanmiddag met Bram naartoe geweest. Eerst hebben we een propagandafilmpje bekeken, en daarna hebben we een grand tour door het park gemaakt. Voor de Triumph Arch (een betonnen imitatie van een zeker object in Parijs) werden we weggestuurd door een park-Ranger, omdat we dubbel geparkeerd stonden. Dit was ook zo, de nieuwswaarde in de vorige zin is dat we in totaal maar één waarschuwing hebben ontvangen, terwijl mijn overtredingen-telling inmiddels rond de twintig zit. We hebben nog een boswandeling gemaakt, en zijn daarna, langs een niet-reproduceerbare route, weer naar huis teruggekeerd.
