Tammo 80

Home / Weblog / Java / Reizen / Taalverhaspelingen

31 October 2004

Pennsylvania Dutch Country

Vanochtend vroeg ben ik (in m’n eentje) in de auto gestapt om naar de Pennsylvania Dutch Country te rijden. Dat is een streek hier ongeveer twee uur rijden vandaan, waar ooit zwaar religieuze Duitsers (vandaar Dutch) zijn gaan wonen. Sommigen ervan zijn ook Nederlands, want degene die de afsplitsing van de Mennonieten is begonnen heette Menno en kwam uit Nederland.

Bram had me van tevoren op de kaart uitgelegd hoe ik er moest komen, en ik zag zelf op de kaart ook al een slimmere route, dus dat zou wel goed komen. Behalve dat ik teveel met de stroom meeging, en daardoor op de weg naar de Poconos terechtkwam. 15 mijl verder kon ik een U-turn maken (net voor de tolpoortjes, dus ik heb ze lekker gefopt), om diezelfde 15 mijl in tegenovergestelde richting af te leggen. Daarna ben ik ook nog te vroeg van de snelweg afgegaan; ik had onthouden dat ik er na een uur af moest gaan, en de omweg heeft nogal wat tijd gekost. Een vriendelijke mevrouw bij een tankstation wist me een weg te wijzen die veel leuker was, dus het geluk heeft me flink geholpen.

Toen ik ergens in de Pennsylvania Dutch Country dacht te zijn, heb ik eerst maar eens een kopje thee besteld bij Wendy’s (een McDonalds maar dan met een andere naam). Op het parkeerterrein stonden zowaar al twee buggy’s met bijbehorende paarden! De Amish hier hebben het namelijk niet zo op technologie, ze hebben naast auto’s ook geen elektriciteit, laat staan tv’s. Ik heb meteen heel druk foto’s van die buggy’s op de parkeerplaats gemaakt, maar dat bleek wat overijverig, want een eindje later zag ik ze gewoon voor me rijden op de weg. Eén daarvan leverde een erg mooi plaatje op: twee kindertjes die achter uit de wagen zwaaien. Natuurlijk heb ik geen foto genomen, ik moest al sturen en terugzwaaien, maar ik heb het plaatje in m’n geheugen gegrift, en op verzoek zal ik het nog eens beschrijven.

Ik had geen accurate map, en alleen de instructie dat ik vooral niet op de grote wegen moest blijven. Dus ben ik gewoon maar het land ingereden. De autodichtheid was waar ik reed lager dan de buggydichtheid (die ook al laag was). De Amish zijn hardwerkende mensen, althans degenen die ik gezien heb. Eentje was in de weer met een bladblazer (die zal iets minder recht in de leer geweest zijn), en een andere was aan het ploegen, op een ploeg getrokken door zes paarden! Ondertussen hing bij haast alle huizen de was buiten: klederdracht, bestaand uit allerlei effen kleuren jurken voor de vrouwen, en blauwe overalls voor de mannen. De kinderen die ik zag waren ook in klederdracht, en waren heel leuk verstoppertje aan het spelen in de tuin. Hier uiteraard ook het foto-verhaal.

Het schijnt dat het eten van de Amish erg goed is, dus bij het volgende pompstation vroeg ik een mevrouw die naast mij tankte waar ik goed kon eten. Ze gaf me de naam van een restaurant, maar dat bleek een walgelijke conglomeratie van winkels, met een fastfood-achtig restaurant te zijn. Ik heb er wel gegeten, een chease steak hoagie die niet half zo goed was als hier in Haverford. Wel had ik de gelegenheid om in een van de zalen te gluren waar een Amish bruiloft bezig was. Iedereen in klederdracht, en aan lange tafels, net als in Duitsland stel ik me voor.

Van de mevrouw bij het tankstation had ik ook een kaartje van het gebied gekregen, met leuke plaatsnamen als New Holland, Bird-in-Hand, Intercourse, en Paradise. In Bird-in-Hand was een grote boerenmarkt, die in alle toeristenboekjes genoemd wordt. Het stikte er dan ook van de toeristen, met bijbehorende winkeltjes (die zie je op het platteland natuurlijk helemaal niet). Ik heb er een appel gekocht, opgegeten, en ben toen weer verdergereden naar de ‘boondocks’.

Bij een boerderij langs de weg heb ik een pompoen gekocht voor hier voor het huis, je mocht ze zelf plukken en geld in een potje doen. Ergens anders heb ik geparkeerd naast een paard, en een potje jam gekocht (de pumpkin pie moest helaas nog gebakken worden). Bij een derde boerderij verkochten ze aardappels, en omdat de ACME-aardappels niet zo lekker zijn heb ik er twee pond van gekocht, voor 40 cent. Het viel me op dat de paar Amish-mensen die ik sprak wat gehandicapt overkwamen. Nu gaan ze ook principieel niet naar school, maar in ieder geval een meisje had ook een andere afwijking (voor ingewijden, ze deed me denken aan Arjen uit de Valsteeg). Wel superhardwerkden natuurlijk.

Op de terugweg ben ik nog langs een spoorwegmuseum geweest. Niet erin, want de grote locomotieven stonden toch buiten, en ik heb er vandaar wat foto’s van geschoten (ik luister in Utrecht wel een keer naar het verhaal). Inmiddels was er wat mist opgetrokken, dus ben ik bij gebrek aan uitzicht naar Haverford vertrokken.

30 October 2004

Halloween-voorbereidingen

Op het ACME-lijstje stond vandaag dat er treats moesten komen. Anders moeten we straks kiezen voor de trick als kinderen ons met Halloween voor de keus stellen. Het leek me een goed idee als ik de treats zou uitkiezen, aangezien ik waarschijnlijk ook opeet wat er overblijft. De ACME bleek een hele lijst Halloween-artikelen te hebben, dus het was niet echt een probleem. Voor de directe consumptie heb ik ook een doos chocolate chip cookies meegenomen, wegende 16 oz, waarvan ik nu de laatste opeet.

Het is gebruikelijk dat er in het weekend van Halloween grote feesten gegeven worden. Een student was zo goed me op een daarvan te attenderen, en na een mailtje kreeg ik een persoonlijke uitnodiging terug:

You are more than welcome to come!!! It should be a fine event of good times and heavy alcohol consumption.

Het lijkt er dus op dat dat net een feestje voor mij wordt. (Mama, maak je geen zorgen, ik red me wel.)

Voor morgen heb ik een andere toeristische activiteit gepland: ik rij met de auto naar de Pennsylvania Dutch country. Dat is een landbouwgebied (dat deels ook op toerisme draait) waar de Amish een geloofsverwanten wonen. Ik heb geen idee hoe het daar is, maar dat kan natuurlijk al reden genoeg zijn om er eens een kijkje te gaan nemen. Verslag volgt.

28 October 2004

College

Vanochtend heb ik voor het eerst een college in biofysica gevolgd. En dat werd wel eens tijd ook, aangezien ik nu al een dik half jaar bezig ben met een project op dat gebied. Het college – gegeven door mijn gastheer – ging over impedance defined flow, en ik weet nu eindelijk waar dat op slaat. Het is een vernieuwend concept op cardiovasculair gebied, en ik ga dan ook met hernieuwd enthousiasme verder met het implementeren van het model waarin dit concept is verwerkt.

Op weg naar ‘university city’ zat ik in het treintje naast een zwarte jongeman, die erg ijverig aan het lezen was. Zo ijverig, dat hij er bij mompelde. Ik keek even over z’n schouder mee, en zag dat hij in het nieuwe testament aan het lezen was. Na een tijdje tikte hij me aan, om zijn enthousiasme over een bepaald stukje te tonen. Het bleek dat hij aan het lezen was in Mattheus 24. De zin waarover hij het wilde hebben was: And pray that your flight may not be in winter or on the Sabbath. Het imponeerde hem behoorlijk dat er in de bijbel al wordt gesproken van een flight, terwijl er toen nog geen vliegtuigen bestonden! (Ik heb een verhaal over nouns en verbs afgestoken, ik denk niet dat dat zijn geloof aantastte.)

Tussen de middag hebben we weer magnifiek geluncht in de faculty club, ik moet daar in Utrecht ook maar eens lid van worden.

Op de terugweg had ik weer een avontuur in ons treintje. Ik had zitten laptoppen, en wilde bij het uitstaappen soepel m’n computer opbergen, maar keerde daarbij per ongeluk mijn tas ondersteboven. Allemaal zooi op de grond dus: losse batterijen, een steen die ik in de Poconos had gevonden, een stapel papieren. En het treintje moest weer verder rijden. Ik heb tegen Bram gezegd dat ik de volgende trein wel terug zou nemen, en ben al opruimend dus station Haverford voorbijgereden. De mensen in de trein waren erg behulpzaam met het bijeenrapen van m’n spullen, dus ik kon in het eerstvolgende station uitstappen, met een ’emergency ticket’ – gekregen van de machinist – voor het stukje terug. Op station Bryn Mawr zat ik op een bankje naast een smoezelig uitziende man, die dan ook dakloos en dronken bleek te zijn. Hij herkende in mij meteen een college student, waarschijnlijk vanwege m’n blouseje. Hijzelf had ook iets met een college: hij overnacht op het baseballterrein van een college hier in de buurt. In ruil voor een dollar heeft hij me – ongevraagd – een paar schuine moppen verteld. Ik suggereerde dat hij voor die dollar in de stad een lekkere hotdog kon kopen, maar besefte daarbij niet dat hij daarvoor natuurlijk ook een treinkaartje nodig had. Maar volgens mij had hij er ook wel een andere besteding voor.

25 October 2004

Kerry

Ik weet niet op wie ik zou stemmen als ik in Amerika woonde, daarvoor heb ik me niet genoeg in de programma’s verdiept. Maar aangezien Kerry vandaag in Philadelphia was, ben ik naar zijn verhaal wezen luisteren. Net als duizenden anderen. Voormalig president Clinton was er om Kerry de hemel in te prijzen, wat hij erg goed deed.

Op de website van Kerry kon ik een gratis toegangsbewijs uitprinten. Dat bleek niet nodig te zijn om helemaal achteraan te staan, en niet bruikbaar om vooraan te komen. Gelukkig had ik in de metro twee vrouwen ontmoet die fanatiek vrijwilliger voor de campagne zijn, en dus betere kaartjes hadden. Met zo’n blauw kaartje kon ik iets verder vooraan komen, tot het punt vanwaar je eventueel op de politici kon schieten, en daarom werden we eerst gefouilleerd.

Het enthousiasme van de mensen was enorm, ik heb nog nooit zo’n grote massa gezien die een actieve interesse in politiek had. Of althans luid scandeerde Ker-ry, Ker-ry, wat niet eens zo goed loopt. De twee vrouwen uit de metro waren ook bijzonder enthousiast, net als een tandeloos mannetje uit Tennessee die we ontmoetten. Hij had eigenhandig al honderden posters opgehangen, terwijl z’n vrouw mensen opbelde om hen te overtuigen Democratisch te stemmen. Je kunt hier wat beter zien wat ik van een afstandje heb gemist.

In het gedrang werd ik door die twee actieve dames ook nog voorgesteld aan Paul Scoles, die zich kandidaat heeft gesteld voor het congres. Leek een aardige man, maar ik zal niet op ‘m stemmen. Al is het alleen maar omdat ik dat niet kan.

Na afloop heb ik op Market Street geprobeerd een hotdog te bestellen. Dat valt nog niet mee als je niet van tevoren weet wat je erop wil. Dat weet elke Amerikaan kennelijk, net als elke Nederlander weet hoe hij z’n koffie drinkt. De eerste keer was m’n hotdog dus wat raar belegd, maar omdat ik nu wist hoe het moest heb ik daarna nog maar een genomen, met gewoon alles: dat smaakt prima.

Take a hike

Het plan van vandaag was dat we nog een wandeling zouden doen net als gisteren. Bij het ontbijt meldde Bram dat hij nog het een en ander om het huis wilde doen, en dat hij me alleen op pad wilde sturen. Hier had ik natuurlijk geen bezwaar tegen, aangezien hij de meeste hikes al gedaan heeft, en ik misschien iets harder klim. Als hike van de dag heb ik een vergelijkbaar rondje als gisteren uitgezocht, maar nu op Mount Minsi, aan de andere kant van de Delaware. Over deze berg loopt een stuk van het Appalachian Trail, een hike van 3000 mijl van Maine naar Georgia. Ik had bedacht er zo’n 6 uur over te doen.

Na drie uur was ik op het eindpunt van m’n wandeling aangekomen, en aangezien ik niet veel zin had daar te wachten, ben ik – op aanraden van een Amerikaan die ik ontmoette – richting het Wind Gap gelopen: daar zouden ze goed bier schenken. Wind Gap bleek een beetje te hoog gegrepen, dat was nog 8 mijl verder dan waar ik gekomen ben. Ik heb nog wel een prachtige stapel rotsen gevonden midden in een bos. Hier kwam m’n aard als steenbok boven, ik heb heerlijk geklauterd! Bovenop de rotsen kon ik over het bos heenkijken, recht naar een of ander dal. Natuurlijk heb ik hier foto’s van, ik zal ze binnenkort even online zetten.

Door deze extra wandeling dreigde ik te laat bij ons trefpunt te komen, dus ik heb met de cell phone even gebeld, dat ik een half uurtje later kwam. Dat bleek ook nog vrij krap, ik heb sommige stukken op de berg gehold om op tijd te komen! De statistieken van vandaag: ik heb in zes uur 12,6 mijl gelopen (2,1 mijl per uur), waarvan de laatste 2,3 in 50 minuten (2,8 mijl per uur). En dat is snel, als je in de bergen loopt!

24 October 2004

Mount Tammany

Toen ik vanochtend wakker werd wachtten me twee verrassingen. Ten eerste omdat ik onderin een stapelbed lag en dus m’n hoofd stootte, maar ook omdat ik de buitenkant van het huis hier in de Poconos, in Pocono Heights, aan Pocony Avenue, nog niet had gezien. Als eerste heeft Bram me een rondleiding over het park (development heet het hier) gegeven. Het lijkt een beetje op Center Parcs. De percelen zijn natuurlijk een stuk groter, en allemaal in particulier bezit, dus er is een hoop aan vertimmerd. Ook ontbreken op Center Parcs de heuvels die we hier in overvloed hebben. Eigenlijk lijkt het er dus niet zoveel op.

Rond elven zijn we naar het startpunt van onze hike van vandaag vertrokken. Eerst hebben we beneden op een parkeerplaats gekeken naar de top die we gingen beklimmen, en daarna zijn we een end teruggereden naar de onderkant van de berg van die top. De red-dot trail zou naar de top moeten leiden. Het was een pad naar m’n hart: met veel klimwerk, en weinig pad (hier komt m’n natuur als steenbok boven). We waren vrij snel boven, vanwaar ik wat mooie plaatjes van de Delaware heb geschoten.

De weg naar beneden, de blue trail, was iets minder interessant, want vlakker. Maar de terugweg is sowieso minder interessant, dus dat maakte mij niet veel uit.

Voor het avondeten zijn we naar het lokale Thaise restaurant gegaan, waar ik heerlijke garnalen heb gegeten (ik heb in Amerika al tweemaal oneindig zoveel Thais gegeten als ooit tevoren). Bij het eten geraakten we in een interesante discussie over mijn studie in Utrecht, die we later bij een glaasje wijn in de Poconos hebben voortgezet. Nu heb ik weer veel om over na te denken…

Naar de Poconos

Na een dag hard werken (of een poging daartoe) en een lekker hutspotmaal, zijn we gisteren rond half zeven vertrokken richting Poconos. Ik heb aangegeven dat ik ook wel een stukje wilde rijden, maar Bram begon. Dat was ook wel handig, want de route was uitermate ingewikkeld. In ieder geval zo ingewikkeld dat zelfs hij verkeerd reed, wat te denken geeft over wat er ware gebeurd als ik had gereden.

Een voordeel van de toeristische route die we nemen is dat ik de ‘overhanging rock’ (een grote rots die een stukje over de weg hangt) nu nog zes keer heb gezien, wat het totaal op tien brengt. Ik kom zeker aan m’n toeristische trekken hier.

We hebben zo’n drie kwartier gedoold in de buurt van Philadelphia. Bram heeft een filosofie dat hij alles rustig aan moet doen omdat dat goed voor z’n hart is. Goed voor mijn hart is dat in ieder geval niet. Wachten voor een groen licht om te bedenken welke kant we op moeten, wachten op een kruispunt 100 meter voor een rood licht, keren op een kruispunt, en dat allemaal met toeterende medeweggebruikers, is niet goed voor mijn hart, weet ik nu. Uit ervaring.

Toen we op de grote weg waren – en die is hier groot – suggereerde Bram tot mijn genoegen dat ik ook wel een stukje kon rijden. Ik mocht meteen beginnen met een voor mij onbekende bijzondere verrichting: invoegen vanaf de vluchtstrook. Uitstekend gelukt natuurlijk. Het andere verkeer ging ook prima, ik heb voor het eerst in een echte file gestaan, en ben ook voor het eerst over een sinusoïdale weg gereden, waar elke 100 meter een punt van vertrouwen zit: over het bultje scheuren en afwachten wat erachter zit. En guess what: ik ben er nog, dus het ging uitstekend.

Toen we ‘s avonds laat aankwamen, hebben we bij een vers aangestoken gaskachel nog een flesje wijn genuttigd, waarna ik erg voldaan ben gaan slapen, afwachtend wat morgen zou brengen.

22 October 2004

Zwevende kiezers

Pennsylvania behoort tot de zogenaamde swing states: het is een staat die niet altijd hetzelfde kiest. Dat is in Amerika redelijk uitzonderlijk. Om deze reden is er ook redelijk wat campagne-activiteit hier: dhr. Edwards van Kerry / Edwards heeft al gesproken op Haverford College, en aanstaande maandag komt Clinton naar Philadelphia om daar voor Kerry te spreken. Uiteraard heeft ook Bush genoeg activiteiten.

De buurt waarin ik zit wordt voornamelijk bemand door docenten, en die lijken nogal Democratisch te zijn. Verklaring van m’n gastheer: die zijn nog jong en idealistisch, en draaien later wel bij. Dat ze Democratisch zijn blijkt heel makkelijk uit de bordjes die in de tuinen staan: ik zie er veel meer voor Kerry dan voor Bush. Het onderstaande uitzicht komt uit de tuin van iemand die waarschijnlijk nog niet beslist heeft, maar daar wel heel trots op is:

Vote Kerry, Vote Bush!

21 October 2004

Bangor

Als iemand oplettend heeft gekeken naar het kaartje van de Poconos (ik was zo iemand), dan heeft hij gezien dat daar een plaatsje Bangor op staat. Ik was blij verrast, de reis naar Margaret – die in Bangor woont en waar ik nog naar toe ga – leek ineens een stuk korter. Een paar seconden later besefte ik dat dit Bangor PA was, in tegenstelling tot Bangor ME, dat Bangor ME is, en waar Margaret woont. Ik heb eergister uitgebreik met haar getelefoneerd, met m’n telefoon uit 1950, en het blijkt dat we wel aan dezelfde straat wonen! De interstate 95 welteverstaan. Ik weet niet waarom die weg in vredesnaam een website heeft, maar nu hij er toch een heeft kan ik er maar net zo goed een linkje naartoe plaatsen, nietwaar?

M’n bezoek aan Bangor is nog niet helamaal vastgelegd, in het bijzonder ontbreekt nog de datum dat ik erheen ga en wanneer ik weer terugkom. Maar dat plan ik later nog wel, tied zat.

Poconos

Als het weer een beetje meewerkt gaan we dit weekend naar de Poconos. Dat is een gebergte hier redelijk in de buurt waar Bram een huis van voor mij onbekende omvang heeft (hij duidt het ook wel aan met cabin dus ik zal me er niet te veel van voorstellen). We gaan daar flink hiken, en als ik de verhalen mag geloven (mag wel) is het al een avontuur om daar gewoon te verblijven. Ik zal m’n camera meenemen, en hou jullie op de hoogte!

Oudere berichten »