Pennsylvania Dutch Country
Vanochtend vroeg ben ik (in m’n eentje) in de auto gestapt om naar de Pennsylvania Dutch Country te rijden. Dat is een streek hier ongeveer twee uur rijden vandaan, waar ooit zwaar religieuze Duitsers (vandaar Dutch) zijn gaan wonen. Sommigen ervan zijn ook Nederlands, want degene die de afsplitsing van de Mennonieten is begonnen heette Menno en kwam uit Nederland.
Bram had me van tevoren op de kaart uitgelegd hoe ik er moest komen, en ik zag zelf op de kaart ook al een slimmere route, dus dat zou wel goed komen. Behalve dat ik teveel met de stroom meeging, en daardoor op de weg naar de Poconos terechtkwam. 15 mijl verder kon ik een U-turn maken (net voor de tolpoortjes, dus ik heb ze lekker gefopt), om diezelfde 15 mijl in tegenovergestelde richting af te leggen. Daarna ben ik ook nog te vroeg van de snelweg afgegaan; ik had onthouden dat ik er na een uur af moest gaan, en de omweg heeft nogal wat tijd gekost. Een vriendelijke mevrouw bij een tankstation wist me een weg te wijzen die veel leuker was, dus het geluk heeft me flink geholpen.
Toen ik ergens in de Pennsylvania Dutch Country dacht te zijn, heb ik eerst maar eens een kopje thee besteld bij Wendy’s (een McDonalds maar dan met een andere naam). Op het parkeerterrein stonden zowaar al twee buggy’s met bijbehorende paarden! De Amish hier hebben het namelijk niet zo op technologie, ze hebben naast auto’s ook geen elektriciteit, laat staan tv’s. Ik heb meteen heel druk foto’s van die buggy’s op de parkeerplaats gemaakt, maar dat bleek wat overijverig, want een eindje later zag ik ze gewoon voor me rijden op de weg. Eén daarvan leverde een erg mooi plaatje op: twee kindertjes die achter uit de wagen zwaaien. Natuurlijk heb ik geen foto genomen, ik moest al sturen en terugzwaaien, maar ik heb het plaatje in m’n geheugen gegrift, en op verzoek zal ik het nog eens beschrijven.
Ik had geen accurate map, en alleen de instructie dat ik vooral niet op de grote wegen moest blijven. Dus ben ik gewoon maar het land ingereden. De autodichtheid was waar ik reed lager dan de buggydichtheid (die ook al laag was). De Amish zijn hardwerkende mensen, althans degenen die ik gezien heb. Eentje was in de weer met een bladblazer (die zal iets minder recht in de leer geweest zijn), en een andere was aan het ploegen, op een ploeg getrokken door zes paarden! Ondertussen hing bij haast alle huizen de was buiten: klederdracht, bestaand uit allerlei effen kleuren jurken voor de vrouwen, en blauwe overalls voor de mannen. De kinderen die ik zag waren ook in klederdracht, en waren heel leuk verstoppertje aan het spelen in de tuin. Hier uiteraard ook het foto-verhaal.
Het schijnt dat het eten van de Amish erg goed is, dus bij het volgende pompstation vroeg ik een mevrouw die naast mij tankte waar ik goed kon eten. Ze gaf me de naam van een restaurant, maar dat bleek een walgelijke conglomeratie van winkels, met een fastfood-achtig restaurant te zijn. Ik heb er wel gegeten, een chease steak hoagie die niet half zo goed was als hier in Haverford. Wel had ik de gelegenheid om in een van de zalen te gluren waar een Amish bruiloft bezig was. Iedereen in klederdracht, en aan lange tafels, net als in Duitsland stel ik me voor.
Van de mevrouw bij het tankstation had ik ook een kaartje van het gebied gekregen, met leuke plaatsnamen als New Holland, Bird-in-Hand, Intercourse, en Paradise. In Bird-in-Hand was een grote boerenmarkt, die in alle toeristenboekjes genoemd wordt. Het stikte er dan ook van de toeristen, met bijbehorende winkeltjes (die zie je op het platteland natuurlijk helemaal niet). Ik heb er een appel gekocht, opgegeten, en ben toen weer verdergereden naar de ‘boondocks’.
Bij een boerderij langs de weg heb ik een pompoen gekocht voor hier voor het huis, je mocht ze zelf plukken en geld in een potje doen. Ergens anders heb ik geparkeerd naast een paard, en een potje jam gekocht (de pumpkin pie moest helaas nog gebakken worden). Bij een derde boerderij verkochten ze aardappels, en omdat de ACME-aardappels niet zo lekker zijn heb ik er twee pond van gekocht, voor 40 cent. Het viel me op dat de paar Amish-mensen die ik sprak wat gehandicapt overkwamen. Nu gaan ze ook principieel niet naar school, maar in ieder geval een meisje had ook een andere afwijking (voor ingewijden, ze deed me denken aan Arjen uit de Valsteeg). Wel superhardwerkden natuurlijk.
Op de terugweg ben ik nog langs een spoorwegmuseum geweest. Niet erin, want de grote locomotieven stonden toch buiten, en ik heb er vandaar wat foto’s van geschoten (ik luister in Utrecht wel een keer naar het verhaal). Inmiddels was er wat mist opgetrokken, dus ben ik bij gebrek aan uitzicht naar Haverford vertrokken.

