Tammo 80

Home / Weblog / Java / Reizen / Taalverhaspelingen

6 December 2004

Papa 50

Gisteren was het vijftig jaar geleden dat m’n vader bezorgd werd, niet door de ooievaar maar door Sinterklaas. Om dit te vieren had de buurt in de nacht ervoor al een pop in de tuin gezet, en Sinterklaas kwam hoogstpersoonlijk om hem al om middernacht te feliciteren. Wij, de gebroeders, waren toen nog met onze cadeautjes aan het spelen, we kwamen ‘s middags aan op het feest.

Het feest was gezellig, m’n vaders schoonmoeder (mijn stiefoma) had snert en lasagne gemaakt voor alle gasten, en natuurlijk was er een lied met verklede mensen voor de jarige.

Na afloop van het feest hebben we met de familie nog vrij lang doorgezakt, dus nu is mijn jetlag volledig omgezet in een slaaptekort.

Sinterklaas

Met een lekkere jetlag heb ik zaterdag in Oosterhesselen Sinterklaas gevierd. Het begon wat later dan gepland, want door de overwachte wachttijd op Schiphol had niet iedereen tijd gehad om de gedichten af te maken. Bijna niemand zelfs, we hebben met minstens vier man zitten dichten (met duidelijke invloeden op elkaar). Ik heb zelfs m’n cadeautjes nog ingepakt, een half uurtje voordat Piet ze voor de deur zetten (ik was toen net even m’n tanden aan het poetsen).

Gelukkig was er ook dit jaar geen gebrek aan cadeautjes: iedereen heeft leuke cadeautjes gekregen. Daarenboven was het nog erg gezellig ook, en ik heb me lekker uitgeleefd op de Hollandse heerlijkheden die ik in Amerika heb moeten ontberen.

Na de feestelijkheden heb ik met Jaap en Brenda nog een film gekeken die de goede Sint aan Jaap had gegeven. De film, From Dusk Till Dawn, paste niet helemaal in de Sinterklaassfeer, maar het was gezellig om met Jaap en Brenda m’n jetlag nog wat te verergeren.

Weer thuis

Vrijdagmiddag heeft Bram me naar het vliegveld in Philadelphia gebracht (ik reed, zoals meestal). Op het vliegveld stond een file van een uur voor de security-check, waarbij ik zelfs m’n klompen uit moest doen – de rest mocht gelukkig aan blijven.

Het vliegtuig had vertraging doordat de gehele crew in de file stond, maar uiteindelijk waren we maar een kwartiertje te laat op Heathrow. Met nog twee uur tijd had ik dus genoeg overstaptijd. Mis. Op Heathrow ging een brandalarm af, en iemand riep om dat we de gate moesten verlaten. Niemand deed dat, dus ik ook niet: kuddegedrag. Toen het brandalarm ongeveer een kwartier bezig was begon iemand de gate te ontruimen, en iedereen werd verzameld in de rij voor de security. De poortjes bleven echter dicht, want de beveiligingsbeambten hadden zich naar een veiliger oord begeven. Pas na twee uur kwamen ze weer, en m’n vliegtuig was toen al vertrokken (hoewel een juffrouw me verzekerd had dat het zou wachten). Ik heb me natuurlijk omgeboekt naar de volgende vlucht, en heb op Heathrow nog wat Sinterklaasinkopen gedaan.

Ondertussen zat de hele ophaalcrew al een paar uur op Schiphol te wachten. Ook toen ik op Schiphol was moesten ze nog even wachten, m’n bagage was namelijk nog in Londen. De juffrouwen van de bagagebalie hadden 20 minuten per klant nodig, en met een paar man voor me kostte dit nogal wat tijd. M’n bagage wordt nagestuurd (met daarin een paar Sinterklaascadeautjes die dus te laat zijn).

26 November 2004

Thanksgiving

Happy Thanksgiving allemaal! Niet iedereen zal het gevierd hebben in Nederland, maar ik hier wel hoor. De dochter van m’n gastheer had ons uitgenodigd om bij haar en haar familie een Thanksgiving-maal te eten, en dat is donders goed bevallen. Als presentje had ik hier een cake gebakken, en Bram heeft geholpen met het vinden van alle benodigdheden daarvoor (tijdens het zoeken kwamen we nog een Friese kruidkoek uit 1998 tegen). Het eten bij de Young’s was een stuk beter voor mekaar: er was – natuurlijk – kalkoen en stuffing, aangevuld met aardappeltjes, jus, doperwtjes, sla, dressing, en zelfgemaakte cranberries. Met als toetje, naast de cake, een echte pumpkinpie, chocoladeprut, applepie en nog zo wat. Jammer dat ik niet alles kon proberen, het blijkt dat zelfs m’n toetjesmaag beperkingen kent.

Na het eten werd er, geheel volgens Amerikaanse traditie, een sjoelbak te voorschijn gehaald. We hebben twee rondes gespeeld, en ik kwam als goede tweede uit de bus (uiteraard heb ik de jongste dochter laten winnen). Na nog een kop koffie zijn we huiswaarts gekeerd, waar we nog een nightcap gedronken hebben. Een uitstekende Thanksgiving-avond dacht ik zo, hoewel ik natuurlijk geen referentiekader heb. Met zekerheid kan ik wel zeggen dat dit het beste Thanksgiving-maal was dat ik ooit genuttigd hebt, en het deed zelfs niet onder voor menig kerstmaal.

Eetkamer

22 November 2004

Maine

Momenteel zit ik in de bus van Bangor weer terug naar Philadelphia. Ik heb de afgelopen dagen een hoop meegemaakt, en aangezien de chronologische volgorde nu al niet meer relevant is zal ik hem zo veel mogelijk weglaten.

Bij Margaret en Coen heb ik een avondje gezellig gekletst, met een kopje thee (let op de relevantie van de laatste komma). Verder hebben we een paar films gekeken, waaronder de drie muskatiers, Jelles lievelingsfilm. Ik had een paar afleveringen ‘Floris’ mee, waarin een voor Coen heel enge scène in zat, met dokters met enge mondkapjes die ‘opperdepop’ zeggen. Hij is er hier, 30 jaar nadat de aflevering in z’n geheugen gegrift werd, achtergekomen dat ze eigenlijk ‘open de poort’ zeggen.

Coen en Margaret zijn allebei hardwerkende PhD-studenten, en ik heb ze goed van hun werk gehouden. Wel heb ik Coen wat kunnen helpen met de computer, we hebben wat programma’s gekopieerd, en ik heb wat dingetjes laten zien. Ook heb ik de videocamera van Margaret op de computer aangesloten, zodat ze de filmpjes ook terug kan zien.

Ik heb ook gezellig met Jelle, hun gezellige hummeltje van bijna 1000 dagen oud, gespeeld. We hebben geschommeld (ik heb de glijbaan niet gezien!), een legotorenwagen gemaakt, en een mooi treinenstelsel, waarvan Coen niet onder de indruk was. Maar ik wel.

Ik ben met Margaret en Coen naar een graduate borrel geweest, in een oud gebouw op de campus van de University of Maine. Met Coen ben ik een andere avond even naar de kroeg geweest, eigenlijk om ‘m weg te brengen, maar ik heb ook een glaasje cola gedronken (m’n enige in de States). In de kroeg heb ik gezellig zitten kletsen met een meisje dat Heather heette net van Haverford College kwam, tweehonderd meter van waar ik woon. Op weg naar de kroeg stond er een file van drie kilometer tussen Old Town en Orono centrum (dit is de gehele afstand), dit omdat er net een ijshockeywedstrijd was afgelopen. Ik ben nu dus een van de weinigen die ooit in Maine in een file heeft gestaan.

Het eten was hier een avontuur op zich. Toen ik aankwam stond er heerlijke stamppot boerenkool voor me klaar, en de volgende dag was er stamppot zuurkool. De dag daarna was er wat bijzonderder eten: we hebben in de supermarkt drie kreeften gekocht (levend!). Coen heeft die koelbloedig in kokend water koud gemaakt. Het was een geweldig, en heerlijk, avontuur om kreeft te eten. Met zelfgebakken patat van de overgebleven aardappels van de zuurkool.

We zijn op een uitje geweest naar de Atlantische kust. Een stukje daarvan ligt in Stonington, net onder Deer Isle. In Stonington zijn Coen en ik een stukje de zee in geklauterd om allemaal mooie foto’s te maken. Van een hoop bootjes, water, en lucht (foto’s volgen). Dat terwijl Jelle in de auto sliep en Margaret hard aan het leren was in de auto. In het sjiekste restaurant van Stoningtona hebben we een kopje koffie (jawel, koffie) gedronken met een lekker vette muffin. Op de terugweg heb ik gereden, met als hoogtepunt een enge smalle hoge brug, een soort achtbaanbrug. De Subaru, een geweldige auto vooral als het sneeuwt (wat het niet deed) trok het prima, complimentje voor de Japanners. Op de heenweg zijn we nog ergens uitgestapt om naar de kust te kijken. We hebben met wat versgeplukte appeltjes overgegooid, een heerlijk uitje. Alleen de gehaktballen ontbraken, aandachtspuntje voor de volgende keer.

19 November 2004

Bliksembezoek aan Boston

De overstaptijd in Boston bedroeg 45 minuten. Omdat ik nog nooit in Boston was geweest, besloot ik om toch het busstation maar even uit te lopen. Op straat heb ik aan een jongeman gevraagd wat ik het beste kon doen in die 45 minuten, in acht nemende dat ik misschien nooit meer in Boston zou komen (de terugweg uitgezonderd). Hij stuurde me, na een muntje te hebben opgegooid en te hebben geïnformeerd naar m’n sterrenbeeld, naar het aquarium (ik ben een steenbok). Ik ben braaf de kant opgelopen die hij bedoelde, maar ging dus mooi niet naar het aquarium, dat doe ik in Emmen wel een keer.

Onderweg kwam ik wel een standbeeldje van oude Ierse settlers tegen, die nu dienst deden als duiventil. Even verderop zag ik het old state house, ik moet nog eens opzoeken wat dat precies is. Door een wonderlijk toeval ben ik het geboortehuis van Benjamin Franklin (wiens graf ik in Philadelphia heb bezocht) straal voorbijgelopen, dus misschien moet ik toch maar een keer terug.

Inmiddels waren er 30 minuten om, en moest ik als de wiedeweerga het bus-station weer vinden, wat me door de hulp van vriendelijke passanten is gelukt.

Alweer New York

Voor de tweede keer in m’n leven was ik vandaag in New York. Dit keer heb ik er maar weinig van gezien – nog minder dan de vorige keer. Ik had een uur overstaptijd, maar door file was dat nog maar een kwartier. Een kort berichtje, want ik ben alleen maar overgestapt. Vanuit de bus heb ik nog wel Harlem en de Bronx gezien, dus die kan ik afvinken op de checklist.

17 November 2004

Destination: Bangor, Maine

Vanochtend om zes uur ging de wekker. Of eigenlijk niet, ik had hem om vijf voor zes al uitgezet. Dit betekende een korte nachtrust, want ik had tot half twee doorgewerkt aan een knullig programmeerprobleem. Ik had bedacht dat ik in de bus wel zou kunnen slapen. Klopt ook.

Om kwart voor zeven miste ik de eerste trein in Haverford, waardoor ik nog maar ‘ruim op tijd’ in plaats van ‘erg ruim op tijd’ op het Greyhound-station was. Om stipt acht uur reed de bus daarvandaan, met als eindbestemming Bangor, Maine (niet per midnight train).

15 November 2004

Start spreadin’ the news…

Vandaag was het zover: New York. Ik ben om half zeven opgestaan, heb me gedoucht, en was om kwart voor zeven, met als ontbijt pannenkoek in de hand, op het station. Dat bleek nodig, want het treintje was zowaar op tijd. Het viel me in het treintje op dat ik de enige blanke was, terwijl er toch ruim 20 mensen reisden. De luiwammesen zullen nog wel op bed gelegen hebben. In Philadelphia was nog amper iemand op straat, maar gelukkig wel twee mannen (die plat zwart Philadelphia’s met elkaar aan het praten waren) die me de weg naar het Greyhound-station konden vertellen. Daar heb ik m’n kaartje gekocht, en meteen ook de kaartjes voor aanstaande woensdag naar Bangor opgehaald.

In de rij voor de bus raakte ik in gesprek met een Indiase jongen uit Engeland die sliste, en ik heb ook tijdens de busreis met hem doorgekletst. Hij ging in New Yorks ziekenhuis solliciteren, als afronding van z’n medische opleiding. Ik heb hem ook nog kunnen uitleggen waar ik me mee bezig houd, in enigszins medische termen. Hij heeft me ook geholpen een plan voor de dag uit te stippelen, want dat had ik nog niet gedaan. Het bleek dat we vlakbij Times Square stopten, en daar heb ik om vijf over tien mijn eerste indrukken van New York opgedaan. Times Square is &eamp;&eamp;n grote kermis, zelfs de McDonald’s heeft flitsende lampjes om z’n logo. Ik zag toen ik toevallig omhoog keek ook een billboard met de kosten van de oorlog in Irak (op de gekoppelde website wordt een lineaire extrapolatie gebruikt die niet helemaal goed te praten is).

Het volgende item op mijn wensenprogramma was het Empire State Building. Dus ik heb aan twee Italiaans sprekende mannen op straat in m’n beste Italiaans gevraagd waar dat was. Precies de andere kant op natuurlijk. Na ongeveer een kilometer was ik er, en ik ben in het Empire State Building geweest. Een vriendelijke juffrouw wist me echter te vertellen dat de wachttijd ongeveer twee uur bedroeg, en die had ik er niet a priori voor over. Dus op naar het volgende item: Central Park. Onderweg kreeg ik trek in een chocoladecroissantje – dat gebeurt zo af en toe bij mij. Gelukkig kwam ik 50 meter nadat deze trek kwam opzetten een croissanterie tegen, dus dit was snel opgelost. Na slechts twee keer de weg vragen belandde ik in Central Park, het kwam er in feite op neer dat ik dezelfde kilometer terug naar Times Square plus honderd meter verder moest lopen.

In Central Park heb ik even gewandeld, in een heerlijk rustige omgeving die in schril contrast staat met Times Square honderd meter verderop. Het was natuurlijk wel zondag, dus er waren flink veel meer mensen in het park. Ik heb even op een bankje gezeten bij de vijver, om m’n voeten wat rust te geven. Toen ik weer begon met lopen waren ze meteen weer moe, dus toen heb ik een fiets gehuurd. Een heel oud barrel, tegen een woekerprijs, maar dat moet voor een keer kunnen. Op deze fiets heb ik in een uur een rondje gemaakt door heel Central Park, daarbij een hoop andere snel geklede fietsers met helmen en racefietsen inhalend. Ik kan nu met een redelijke stelligheid zeggen dat ik een hoop van Central Park heb gezien. Zeker nadat ik ook nog in het uitkijkpunt was geweest, waar als speelobject voor kleine kinderen een telescoop stond. Daarmee heb ik een baseballwedstrijd bekeken die ergens in het park bezig was.

Na m’n fietsavontuur was het tijd voor de eerste snack van de dag, een hotdog met alles d’r op en d’r aan. Het volgende item op m’n lijst was het vrijheidsbeeld, maar daar had ik even geen zin in, dus ging ik naar het Metropolitan Museum of Art. Daar ben ik dik drie uur zoet geweest met het bekijken van een hoop schilderijen, beelden, harnassen en muziekinstrumenten. Ik heb nu met eigen ogen schilderijen van Chagal, El Greco, Van Gogh, Van Dijck, Rubens, Monet, Manet, en vele anderen gezien. Toen ik een belangstellende vraag stelde aan een suppoost kreeg ik zowaar een privérondleidinkje langs de meeste Nederlandse schilderijen. Ik vond het opvallend hoeveel er daarvan waren.

Toen ik het museum uitkwam, en door een paar straatartiesten een dollar afhandig gemaakt was (ik heb wel met plezier naar hun kunsten zitten kijken), ben ik toch maar op weg gegaan naar de Lady of the Harbour. Daartoe heb metro genomen (onderweg eerst een donut gesnoept). In de metro werd ik vriendelijk geholpen door een meneer en een mevrouw die net in New York woonden, en dus een mooi kaartje van het metrostelsel bij zich hadden. Dat ze me daarmee de verkeerde kant op stuurden zal ik ze maar vergeven, de intenties waren goed. In het park van waaruit ik Lady Liberty heb gezien – ik heb niet de boot ernaartoe genomen – stond ook een monument voor de ramp op 11 september 2001, een zwaar beschadigd kunstwerk uit de Twin Towers.

Naar aanleiding daarvan ben ik ook nog even gaan kijken op de plaats waar het World Trade Center had gestaan, en ze stonden er inderdaad niet meer. Onderweg ben ik ook nog even over Wall Street en Broadway gelopen. Na nog een laatste Amerikaanse snack bij de Burger King ben ik vertrokken naar huis.

In de metro moest ik weer de weg vragen, ik had zelf geen kaartje, en had dat waarschijnlijk ook niet begrepen. Ik werd geholpen door een vriendelijke man, die een professor in Engels en Middeleeuwse literatuur bleek te zijn. Met hem heb ik even zitten praten, totdat ik er volgens hem uit moest. Dat was een station te vroeg, maar de juffrouw bij de hekjes was zo vriendelijk me kosteloos weer naar de andere kant te laten gaan. Een kwartier later was ik weer een station verder, op het busstation. In de rij voor de bus naar Philadelphia raakte ik aan de praat met een aardige jongedame uit Pittsburgh. Het leek me leuk om naast haar in de bus te zitten om de conversatie voort te zetten, maar ik kwam er net op tijd achter dat ik in de verkeerde rij stond, en heb dus haastig afscheid genomen.

En nu ben ik, na een busreis van twee uur, en daarna nog de metro en het treintje, lekker op tijd weer terug in het vertrouwde Haverford. Ik zie uit naar de volgende trip, aanstaande woensdag naar Bangor, Maine. En wie weet heb ik nog wel eens tijd om naar de Big Apple te gaan. Is het niet voor december, dan wel op een volgende reis naar Amerika.

11 November 2004

Project antenne

Parallel aan project Donders (zoals het onderzoek waaraan ik werk officieus heet) heb ik vandaag meegewerkt aan een project hier om het huis. Het uiteindelijke doel is om een televisie in de slaapkamer boven aan te sluiten. Het tv-toestel hangt inmiddels aan de muur, maar er was nog geen kabelaansluiting. Die moet vanuit de kelder komen, dus dat is een moeilijker gedeelte van het project. Er was al wel een kabel van beneden naar boven, om precies te zijn naar de antenne boven op het dak. Het idee was om deze kabel te gebruiken, en in het voorbijgaan de antenne van het dak te halen. Dit laatste bleek een grote uitdaging te zijn, de antenne is namelijk groot en hoog.

Met behulp van een ladder ben ik naar de derde etage geklommen, en daar heb ik de antenne op m’n schouders geladen en naar beneden gesjouwd. Dit klinkt makkelijker dan het was, maar was zeker makkelijker dan Brams suggestie om het apparaat met een touw van het dak te trekken terwijl ik ‘m losdraaide.

Het volgende project is om een nieuwe kabel te leggen (de kabel van de antenne is te kort).

Antenne

« Nieuwere berichtenOudere berichten »