De afgelopen week speelde op Fort Rhijnauwen de opera Dido & Aeneas, georganiseerd door Xynix Opera. Alex had op tijd uitgevonden dat ze vrijwilligers vroegen, in ruil voor een vrijkaartje en een T-shirt, en haalde mij ook over om één avondje te komen helpen. Op dat ene avondje heb ik kennisgemaakt met Ilse (manager) en Jelle (productieleider, eigenlijk van Tryater). Eerst heb ik met Alex de tribunes – zeshonderd stoelen! – schoongemaakt, daarna hebben we rustig programmaboekjes verkocht aan alle mensen. We mochten ook meekijken naar de voorstelling, en die was kippevelopwekkend mooi. En het was gezellig, dus ik besloot om maar wat vaker te helpen.
Vrijdag was de première. Niet helemaal vrij van rampjes, maar het publiek heeft er niet veel van gemerkt. Niet eens dat Douwe, technische man, de sleutels van de Hummer waarin Aeneas opkwam was vergeten. Jan-Jaap is als vrijwilliger bijgesprongen. Met hem heb ik vooraf fort Rhijnauwen verkend, we hebben zelfs de bunkers van binnen gezien. Erg cool.
Nog veel meer vrijwilligers die bedankt of op z’n minst genoemd moeten worden: Alex (nogmaals, met eervolle vermelding voor het opvouwen van 600 dekentjes), Mariët (met een eigen zangcarrière in de Efteling), Sira, Imre en Yo-yi, Li Chao (die nu veel meer vrijwilligerswerk wil doen), Maartje, Tomas (5 keer geweest), en Emiel (eigenlijk volgspotter, maar heeft vrijwillig parkeerder gespeeld).
Zaterdag heb ik de voorstelling overgeslagen (de enige) voor de Carmina Burana. Zondagmiddag was er een matineevoorstelling, waar – ach en wee – het vuur van Carthago haperde door de regen. De avondvoorstelling werd op het laatste moment afgelast vanwege enorme stortbuien. Ik heb aan de wachtende menigte honderden regencapes uitgedeeld, iets waarvoor het publiek me een week later nog bedankte. Met een flinke kater hebben we zondag de geluidsinstallatie enzo opgeruimd. Ik lag op tijd op bed.
De afgelopen vijf voorstellingen (donderdag tot en met zondag, met een matinee) gingen allemaal weer geweldig. Het stuk ken ik inmiddels van buiten, ik ben er proefondervindelijk achtergekomen dat ik het kan dromen. Ik heb zelfs nog wat achtergrondstudie gedaan, om met Joke (regie en dekenvouwster) lekker te kunnen discussiëren. Volgens mij komt Dido er in deze uitvoering wel wat te goed vanaf, ik vind haar in de oorspronkelijke vertellingen een stuk minder sympathiek. Joke vind ik trouwens wel erg sympathiek, net als de speelster van Dido, Ingrid. Ook heel aardig was Iris (Dido), Sinan(neke, Sorcerer), en eigenlijk alle andere spelers ook.
Met portofonen-Peter heb ik ook gezellig gekletst, en ik mocht elke dag een portofoon. Een erg leuk apparaat, het ziet er niet alleen belangrijk uit maar je kunt er ook conversaties van anderen mee beluisteren.
Nu sluit ik dit stukje bijna af zonder mijn grote vriendin van de voorstelling te noemen, Suzanne (stagaire, management-assistente). Zij was de caissière; ik heb zelfs nog een avondje bij de kassa geassisteerd. Om de mensen allemaal slechte berichten door te geven, ik voelde me net een van de slechteriken uit de opera: Destruction’s our delight, delight’s our greatest sorrow. Ik vond het toch heerlijk om wat nuttig en leuk werk bij de opera te kunnen verrichten, en zo ook een kijkje achter de schermen (voor zover aanwezig) te krijgen. Xynix, in het bijzonder Ilse en Suzanne, hiervoor hartelijk bedankt!