En jawel, ook dit jaar was er weer een vrijmarkt in Utrecht. Net als vorig jaar ben ik ‘s avonds met Peter de stad in geweest, dit keer in het gezelschap van zijn vriend Bernhard. Het was weer een lekker drukke markt, met vrijwel geen zinnige dingen in de verkoop. Mijn idee voor volgend jaar is om rommel van huis mee te nemen en die onopgemerkt bij de handelswaar van anderen neer te zetten. Ik werd op straat nog herkend door benedenbuurman Frits, die honderden decoratieve kaboutertjes probeerde te slijten. Aan de andere kant werd ik tegengekomen door een stel allochtone collegae, die een rugzak vol biertjes bij zich hadden: goed geïntegreerd als ze zijn hadden ze bedacht dat dat goedkoper is.
Vanochtend heb ik de vroegte van de markt gemist, door een vrij uitgebreid uitslapen. Wel ben ik ‘s middags nog met Imre en Yo-yi op de markt geweest. Nu bleken er ineens allemaal leuke spullen te liggen! Yo-yi heeft nog om een euro gepingeld, zodat ze nu cactussen voor een prikkie heeft. Ik heb bij een theekraampje nog wat zegels gekregen, terwijl ik niet eens wat had besteld. En m’n telefoonnummer staat genoteerd, de mevrouw van de thee belt als ze nog meer zegeltjes vindt (allemaal voor Carolien natuurlijk). Tegen het eind van de markt heb ik nog een paar miskopen gedaan, voor een totaal van 69 eurocent (ik heb ook een cent afgedongen).
Een van de verkopers gaf bij al z’n handelswaar een uitnodiging voor het concert van Dekoor op 20 mei in de Pieterskerk. Komt allen, ik kom – zonder tegenbericht – ook.
Ook niet onvermeld mag blijven mijn bezoek aan de PhDays 2005, een informeel weekendje weg met alle numerieke AIO’s, OIO’s en andere PhD-studenten uit Nederland en België. In totaal een man of 20. Gelukkig zijn foto’s vastgelegd op de gemelde website. De verrassingsactiviteit van zaterdag bestond uit een wandeling van dik 15 kilometer, tijdens welke ik me prima vermaakt heb met het spelletje “Backup” (spelregels op aanvraag beschikbaar). Na de wandeling was iedereen lekker uitgeput, dus waren we goed voorbereid voor de volgende verrassingsactiviteit: indoor-skeeleren. Na een korte introductie door de baas van de toko, een voormalige varkensboer, hebben we eerst een paar rondjes geklunsd, en daarna zijn we overgegaan op tikkertje: skeeleren voor gevorderden.
In de rest van het weekend heb ik een hoop gescrabbeld met mijn mede-Utrechters. Een klein voorbeeldje hiervan:


Een dagje zeilen vormde dit jaar het personeelsuitje van het Mathematisch Instituut, waar ik nu werk. Een beschrijving van zo’n personeelsuitje lijkt al snel op de beschrijving van een fijne dag van Drs. P. en daarom waag ik me er maar niet aan. De beknopte versie is dat we heerlijk gezeild hebben, ik met Els en Martijn nog enkele smartlappen ten gehore heb gebracht, we in Marken even hebben aangemeerd (waar een mallote collega nog gezwommen heeft), en ons prima vermaakt hebben.

Wat moet je je voorstellen bij een universitaire sportdag? In ieder geval veel niveauverschillen. Natuurlijk zijn wiskundigen beter in wiskunde dan scheikundigen, en vice versa. Maar kennelijk zijn scheikundigen ook beter in voetbal. Zoveel beter, dat we in een treffen op een nederlaag van 13-0 stuitten. Een andere wedstrijd kwam ons op 4-0 te staan, ook verloren dus. Hierna moest ik helaas het team verlaten, om naar het afstudeerpraatje van mijn jaargenote Setareh te gaan. Dit heeft het team gelukkig geen kwaad gedaan, hierna heeft het wiskundeteam alle wedstrijden gewonnen, wat ons een respectabele 9e plaats opleverde (van de 14).
Dit weekend heb ik Sira en Paul rondgeleid in Drenthe. Paul wilde ook wel eens zien waar Sira en ik vroeger hutten hebben gebouwd. Om eens een bruggetje te leggen: in de trein las Sira het Ublad, waar in een artikel over de Culturele Zondag een foto met mij erop geplaatst was (foto staat niet online, maar het is maar een bruggetje).
We hebben in Drenthe voor het eerst dit jaar buiten gegeten, hebben in een vakantiehuisje in Meppen geluisterd naar de stilte en het kabaal van vogeltjes, zijn verdwaald op weg naar het Mantingerzand, hebben buiten gesjoeld, binnen geboerenbridged (met Sira’s vader, die dankzij mijn creatieve puntentelling dramatisch heeft gewonnen) en pannenkoeken gegeten. Een soort van vakantie, maar dan thuis. Doen we vaker.
Leve de universiteit. Wat een prachtinstelling is mijn werkgever toch eigenlijk, als ze aan mooie initiatieven als de Culturele Zondagen meewerken. Gisteren ben ik extra vroeg opgestaan om de opening van deze culturele zondag. De activiteiten die ik heb bijgewoond (op verzoek kan ik op individuele basis hier wat over vertellen):
- De universele taal van Haydn (Ad Wisman)
- Het Uithofklimaat (Art Zaaijer)
- USConcert met “Aus Jotunheim” van Julius Röntgen
- Homerusrap (André Klukhuhn en rappers van Verbal Punishment
- Pleinenrondleiding in Utrecht onder leiding van emeritus-socioloog Gerrit Jansen en stedenbouwkundige Kees Visser
Ik kan iedereen van harte aanraden ook eens naar een culturele zondag te gaan (en ook mijn lunch, een broodje pita giros, is een warme aanrader).
Zondag wederom een potje voetbal in het Wilhelminapark. Ik trof Jan, Jan, Paul en Sira op het grote veld, maar daar werd al heel druk gevoetbald door anderen. We zijn op zoek gegaan naar een ander veldje in het park (het park is vrij groot), maar op hondenspeelveldjes – eigenlijk hondenpoepveldjes – na was er niet zo veel plek. Behalve op een stukje waar een man met een kindje zat. Die hebben we dus subtiel weggejaagd (volgens de tactiek die ik van mama heb geleerd, eerst doen of je leuk meespeelt). Yo-yi en Imre wisten ons ook te vinden, dus toen hadden we al twee teams, een van 3 en een van 4. Om deze onbalans op te heffen raakte Sira gelukkig snel geblesseerd, zodat we ook nog een scheidsrechter hadden!
Na tien minuutjes spelen (en een kwartier pauze) kwam een omwonende erachter dat wij voetbalden, en zowaar stond er een bordje Verboden te voetballen, art. 831 a.v.p.. We werden dus van ons trapveldje getrapt. Op een ander weitje hebben we onze titanenstrijd voortgezet, met als extra verdediging een stel bomen (als aanvallers doen ze het niet zo goed). Aan het eind hadden we allemaal ten minste één blessure, Jan wist die efficiënt toe te dienen door mijn scheen met de zijne te raken: twee blauwe plekken in één klap.
De derde helft, met ijs, werd gespeeld in de achtertuin van Jan, waarna een lekker diner bij Yo-yi volgde, ook met ijs.
Wat een dag. ‘s Ochtends vroeg eruit, om in de stad (met boekenbonnen in guldens) een boek te kopen, een Italiaanse bol als lunch, een flesje water tegen de dorst, en een paar schuimblokken bij het kruideniersmuseum voor het lekkere, en dan dat boek te gaan lezen in de Pandhof, de binnentuin van de Dom. Ik zat zo lekker, dat voorbijgaande toeristen tegen elkaar zeiden (dat hoorde ik stiekem): Dat is lekker, zo in de zon zitten. Maar ja, zij moesten foto’s maken van mooie plekjes. Op de terugweg een bosje tulpen meegenomen van de bloemenmarkt op het Janskerkhof (niet voor op mijn kamer, daar misstaan bloemen wat), en vervolgens thuis gebasketbald met Li Chao en Jan-Jaap. ‘s Avonds poffertjes, zelf recept bedacht en uitgevoerd, en een muziekquiz met Jan-Jaap en Alex. Zo mogen er wel meer zaterdagen.