Gisteravond heb ik maar liefst een half uur doorgebracht in de ‘genieten’-stand: hangend in m’n eenzitsbank, theedrinkend (een koekverorberend), en luisterend naar de Comedian Harmonists. Heerlijk. Daarna heb ik m’n volledige CD-verzameling maar eens geordend: als je een CD mist is de kans groot dat ik hem van je geleend heb. Als dat zo is, claim hem dan zo snel mogelijk terug, nu is de kans groot dat hij in het juiste hoesje zit!
Gisterochtend heb ik in de kerk aan de Boothstraat de doop van een vriendin bijgewoond. Dit was een heel nieuwe ervaring voor mij, ik had nog nooit een doopdienst bijgewoond, laat staan een Vol-Evangelische (waar je compleet koppie-onder gaat!). Na afloop heb ik bij de dopelinge nog even een hapje gegeten, waarna ik thuis maar weer snel een tukje heb gedaan. Dat tukje duurde van drie tot zes, zodat mijn ritme nu danig ontregeld is.
Zaterdag was een makkelijke dag om in m’n weblog te schrijven: ik ben ‘s ochtends laat opgestaan (niemand zal willen weten dat ik ervan gedroomd had dat ik wel drie gebruikte ventielen op straat vond), en daarna heb ik druk aan m’n huiswerk gewerkt. ‘s Avonds heb ik heerlijke stamppot bij Willem en Franka gegeten: stamppot zuurkool aangevuld met spekjes, appels en rozijnen. Compliment aan de koks (waaronder ikzelf ;))!
Vrijdagavond heb ik (na overdag gestudeerd en gewerkt te hebben) eindelijk Mariekes nieuwe huis bewonderd. De rest van de spelletjesclub was al ‘s middags bij Marieke aangekomen; ze zaten nog op mij te wachten om te gaan eten. Het nieuwe huis was ruim twee keer zo groot als haar oude kamer, en dat was al ruim twee keer zo groot als mijn kamer. Kan je nagaan!
We hebben heerlijk spelletjes gespeeld, het was alweer een flinke tijd geleden dat we met de complete club spelletjes hebben gespeeld. Eerst een potje “Take 5!” (‘k kan echt geen link vinden), en daarna even stevig geboggled tegen Marieke. Daar moesten we allebei echt weer even inkomen, en Marieke was daar wat sneller in dan ik; ik heb er nog tenauwernood gelijkspel uit weten te slepen.
Hierna hebben we ons iets te snel naar de bus gehaast, waardoor we bij de nog tien minuten moesten wachten. Toen we vijf minuten in de bus zaten werd Willem door mijn mobiele telefoon gebeld. Ik voelde in m’n zakken of ik Willem per ongeluk had gebeld, maar het bleek dat mijn telefoon daar niet was. Hij lag nog bij Marieke. Ik ben direct uit de bus gesprongen, ben met Marieke achterop naar het station gefietst, om daar een minuut voor de “planm√§√üige Abfahrt” aan te komen. De trein had tien minuten vertraging.
Omdat we op station ‘s-Hertogenbosch nog twintig minuten moesten wachten, heb ik daar op het verlaten station een roltrappenwedstrijd met mezelf gedaan. Naar nu blijkt kan ik niet alleen tegen de neergaande roltrap omhoog, maar ook van de opgaande roltrap omlaag!
Na de rondvaart zijn we naar het Werftheater geweest, om daar een gegeven door de eigenares van het theater bij te wonen. Bij binnenkomst werd ons gezegd dat de mannen aan het gangpad moesten plaatsnemen, en het was al snel duidelijk waarom: mevrouw de cabaretière hield er nogal van mannen te betasten, in het bijzonder Dick en Kees. Die hadden er gelukkig weinig moeite mee.
Na afloop van het cabaret hebben we aan de overkant, bij Tantes Bistro gegeten (precies als aan gegeven in het arrangement zie ik nu). Onze directeur wees er daar in zijn vijfde toespraak die dag op dat dit wel het meest fantasieloze personeelsuitje was dat je kon bedenken, nogal een statement voor een directeur die net nieuw is. Gelukkig was iedereen – inclusief organisatie – het met hem eens, dus was het geen probleem.
Donderdag was het personeelsuitje van het Instituut. Voordat je verder leest: wat zouden we gedaan hebben? Goed geraden, een rondvaart over de Utrechtse grachten. Dit was wel standaard, maar ook heerlijk ontspannend. Tenminste, dat was hij geweest als er geen hardhorende gids was ingehuurd die over architectuur vertelde. Nu heb ik doorgaans niets tegen archtectuur, en ook niet tegen hardhorende gidsen, maar tijdens een personeelsuitje praat ik liever met mijn buurman. Dat deed de hele boot, dus de aanwezigheid van de (ster versterkte) gids was enigszins vervelend – en buitengewoon genant. De goede man sloot af met: “Dames en heren, het spijt me dat ik uw conversaties zo heb verstoord, maar u hebt me er nu eenmaal voor betaald.” Au!
Ik voel me nu net als aan het eind van een vakantie: ik moet nog een week achterstallig reisverslag bijwerken. Wel van allemaal leuke dagen, maar toch een enorm karwei. Nu is dit een weblog, en geen reisverslag; het leuke is dan ook dat ik hierna niet naar huis hoef (daar ben ik namelijk al).
Omdat ik zojuist goed geslapen heb, is mijn opmerkzaamheid vanochtend bijzonder hoog. Zo heb ik zojuist opgemerkt dat er een behoorlijk luid snurkgeluid uit de wc komt. Niet uit de wc zelf (denk ik), maar uit het vertrek, dat ook op slot zit. In al mijn goedheid (ahum) laat ik de goede jongen – wie het ook mag zijn – maar even zitten, maar ik moet wel plassen…
Ik ben woensdag met mama even naar Ter Apel geweest, in verband met de sterfdag van Opa Tammo. Het was een beetje troosteloos weer, maar dat heeft ons niet van een bezoek aan het kerkhof weerhouden, het was juist een uitstekende test voor de regenbestande kaarsjes! Op het kerkhof heb ik de grote rondleiding gehad, langs de graven van (uiteraard) Opa Tammo en Oma Wini, de ouders van Oma Wini (Siebold Roel Heslinga en Gezien Scholten), de oma (Janna Ananias) en opa (Tamme Bonkes) van Opa Tammo, Roelf Frederik en Roelf Frederik (broertjes van opa Tammo), oom Sienus (een vriend van opa en oma, en het graf van het ‘broertje’ van mama. Verder kwamen we ook nog Ger tegen, maar die was “slechts op bezoek”, gelukkig.
Na afloop van dit bezoek hebben we boodschappen gedaan bij de Aldi in Ter Apel. Het pand waar de Aldi gevestigd is, was vroeger de winkel van Opa Tammo, en de parkeerplaats was de boomgaard waar mama veel gespeeld heeft. Helaas is er een hoop veranderd, maar de Ter Apelaars zijn gelukkig nog steeds aardig. En mama ook hoor.
Ik ben even langs in Drenthe, evenals m’n broer Pieter. Mama maakte net de opmerking: “Wat zijn jullie toch een leuke broers,” waarop Pieter en ik tegelijkertijd opmerkten: “Nou ja, ik wel,” hetgeen mama’s opmerking aardig illustreerde mijns inziens.