Vandaag op het werk was het flink stressen. Na de aankondiging dat de miljoenennota waarschijnlijk behoorlijke gevolgen voor het instituut zou hebben, kwam het instituut vandaag beroerd in het nieuws. En ze kunnen de naam van het Verwey-Jonker Instituut nog niet eens goed spellen ook. Morgen komt er een persconferentie waar onze directeur ook aanwezig zal zijn, we wachten vol spanning af wat er dan gebeurt.
Ik heb zojuist akelig hard gebadmintond, en ben genadeloos ingemaakt. In ieder geval door Ton, die me met 15-0 15-2 heeft vernederd. Ik heb ‘m echter teruggepakt; in een sprintje dat we op zijn initiatief deden (en dat hij ook heeft gewonnen) heeft hij z’n arm gekneusd toen hij niet op tijd remde en tegen de muur rende. Bij dezen beterschap gewenst. Ook hebben we nog een wedstrijdje achteruithinkelen gedaan. Dat heeft Ton ook gewonnen, maar hij is wel achterover gevallen. Kan je nagaan hoe zachtjes ik hinkelde…
Ik zit momenteel in m’n eentje het gehele Verwey-Jonker Instituut te bemannen; de rest van de medewerkers is allemaal bij de maandbijeenkomst in onze dependance. Mijn baas Wendy zei letterlijk: “Het lijkt me een goed idee dat we vanmiddag met zijn allen naar de maandbijeenkomst gaan; jij zit dus even alleen Tammo”. Om de frustratie (met een knipoog) te vergroten is het nu ineens volle stress hier. Er kwam een poolse koerier in slecht Duits vertellen dat hij een pakketje wilde. Dat had ik niet, dus heb ik eens wat rondgebeld: het bleek om de monitor van Jaap te gaan die hij nog niet had ingepakt. Terwijl ik dat voor hem deed kwam Norbert uit de maandbijeenkomst hierheen gehold om te vragen hoe de laptop op de beamer (Engels, niet het ding dat beaamt) kon worden aangesloten. Dat dus ook nog even gedaan, en ondertussen drie telefoontjes afgehandeld. En nu (zie tijd hierboven) moet ik alleen nog even een publicatie opmaken en 20 keer vermenigvuldigen – dat is wat anders dan vermenigvuldigen met 20 denk ik, het laatste gaat sneller. En ondertussen zit ik doodleuk m’n weblog bij te werken :-S
Zou het gehalte aan schoolgerelateerde berichten op m’n weblog iets zeggen over de tijd die ik besteed aan studeren? ‘t Is niet te hopen… Vandaag heb ik heerlijk gestudeerd, hoewel het wel zwaar was; ik had moeite m’n hersens erbij te houden. Aan de stof lag het niet, die had ik allemaal al eens gehad. Dat geldt voor m’n hele studie nu, maar de leuke computerprojectjes maken het toch leuk. Het leukste vak dat ik nu heb is het practicum (gegeven door Marcia). Het gaat over random number generators, de manier om een computer willekeurige maar wel voorspelbare dingen te laten zeggen. En wetenschappelijke toepassingen natuurlijk.
Ook m’n klas is erg gezellig, we zijn nu met z’n vieren (als Tristan er inderdaad mee gestopt is): Chao, Setareh, Marijn en ik. En Marcia telt ook een beetje mee, want die is momenteel onze enige docent.
Hoewel de temperatuur gisteren en vandaag ongeveer gelijk was, verschilde de gevoelstemperatuur aanzienlijk: gisteren in een korte broek was ‘t een stuk kouder dan vandaag met trui en winterjas. Zomaar een filosofietje.
Na de uitputtende sportdag ben ik nog even naar Zeist gefietst, alwaar tante Gretha jarig was. De hele familie was aanwezig – ik waag me niet aan het noemen van namen. Het was erg gezellig, ik heb nog een potje mens-erger-je-niet gewonnen, maar het is natuurlijk ook niet zo moeilijk om je niet te ergeren als je wint. Ik heb me niet al te populair gemaakt bij mijn ehm… ‘verre tante’ door haar voortdurend van het bord te slaan :)
Ik ben nu vast van plan om een keer bij de familie in Hilversum op bezoek te gaan. De vorige keer dat ik op hun uitnodiging in wilde gaan belandde ik bijna in Amersfoort: ik had de plaatsnaam verkeerd onthouden.
Voor ik aan vandaag begin, eerst nog wat achterstallig schrijfwerk van gisteren. En niet zo’n beetje ook, want het was een drukke dag. Na ‘s ochtends vroeg (al om 10 uur) opgestaan te zijn, ben ik wegens gebrek aan brood eerst maar eens een paar eitjes gaan bakken. Daarna heb ik direct een uitgebreid middagmaal gemaakt: aardappeltjes, wortels en speklapjes. Omdat ik dat niet allemaal op kan, en vanwege de gezelligheid, heb ik Lars uitgenodigd. Direct na het eten hebben we buiten even meegedaan aan de sportdag op het Schimmelplein. We konden zo bijspringen bij een potje voetbal, waarin de gemiddelde leeftijd zeker lager dan 14 lag (en de gemiddelde afkomst overwegend oostelijk denk ik). Ik denk dat Lars gewonnen heeft, maar vanwege de lage leeftijd is er een gelijkspel afgeroepen (niet iedereen kan goed tegen zijn/haar verlies). Lars moest vroeg werken, en heeft mij alleen op de sportdag achtergelaten.
Ik heb nog gevolleybald, nog meer gevoetbald, en nog flink touwgetrokken (wat zeker niet meevalt met 15 kinderen aan beide zijden van het touw). Ook heb ik nog indruk gemaakt door wat te jongleren – waarbij ik me dan helaas weer heel hard in m’n ook heb geprikt.
Zojuist heb ik bij Alex een heerlijke zelfgemaakte pizza gegeten (niet helemaal zelf, Alex en Peter hebben hem gemaakt). Daarna hebben we een leuke film gekeken, waarvan me de naam ontschoten is. Ik weet me nog wel te herinneren dat er een stuk of vier mensen in omkwamen, en dat er erg veel “Yeah” in gezegd werd.
Vandaag in de Albert Heijn ben ik voor het eerst door een leeftijdsgenote gevousvoyeerd. Zij zei “dank u wel” toen ik het volgendeklantbordje na mijn boodschappen neerzette. Ik snap de etiquette daaromtrent trouwens nog niet helemaal: hoor je dit bordje voor of na je bordje neer te zetten? In ieder geval niet allebei, want dan zou de helft van de klanten het bordje niet eens hoeven te gebruiken.
Op Rob’s voorstel zijn we vandaag eens naar Amsterdam gegaan om daar een museum te bezoeken. We hadden nog niet bedacht welk, maar aangezien ik nog nooit in het Rijksmuseum was geweest en vond dat ik daar toch eens geweest moest zijn, zijn we daarheen gegaan. Er komen tenslotte mensen speciaal over vanuit Japan om het Rijksmuseum te bezoeken. Ik moet toegeven dat ik dat nu niet meer helemaal begrijp, want het viel me een beetje tegen. Ik heb weliswaar ‘De Nachtwacht’ in het echt gezien, en het zelfportret van Van Gogh, maar die had ik eigenlijk al wel vaak genoeg in reproductie gezien. Eigenlijk is het Rijksmuseum vooral een museum, met alle nadelen vandien (voornamelijk zere voeten van het slenteren).
Om de cultuurschok te compenseren zijn we na het museumbezoek (afgehandeld in 35 minuten) gaan lunchen bij de Burger King. Dat hielp wel. Op het Leidse Plein lag een man op z’n rug met z’n voeten een bal hoog te houden, en daar hebben we even staan kijken. De man kon het niet echt waarderen dat Rob hem filmde, en nog appreci√´erde hij het dat we er nog niks voor in z’n pet gooiden ook. Dat hebben we toch maar wel gedaan.
Rob en ik hebben bedacht dat we ook wel eens een straatact kunnen gaan doen (behalve natuurlijk met een computer op straat voordoen hoe snel we zijn in Prince): een jongleeract met brandende fakkels. We zijn hier nog niet heel erg bedreven in, maar dat komt de interactie met het publiek alleen maar ten goede.