Tammo80.nl - Tammo Jan Dijkema

Roma 1997

Zaterdag 26 april

Om acht uur zouden we vertrekken naar Amsterdam, dus stond ik om zeven uur op. Eerst een half uur gedoucht en aangekleed, dus er waren nog 30 minuten om m'n tas te pakken. Nu begrijp ik waarom normale mensen dat vantevoren doen. Na een kopje koffie (lees: thee) te hebben gedronken vertrokken we naar A'dam. De auto was erg vol, maar gelukkig merk je daar voorin weinig van.

Eerst was er geen spoor van het Amstelstation te vinden, maar na de wijze raad van Ome Jan en een pompbediende zijn we er toch nog gekomen. Om 10 over 10 reed papa weg. Oeff... we waren nog op tijd (om twee uur moesten we inchecken).

Onze bagage deponeerden we in een kluis (sorry, ik zal eerlijk zijn, het waren er drie) en daarna gingen we op dringend verzoek van Arjen op zoek naar een toilet. Dat bleek een gulden te kosten, en die hadden we uiteraard niet. Dus eerst in de boekenwinkel een boek (jawel! een boek!) gekocht. Toen toch vertrokken naar de weecee. Als je de deur openhield, kon je naar binnen zonder te betalen, dus we zijn alledrie voor één gulden geweest (ssst!!!).

Toen zijn we begonnen aan wat het belangrijkste van de ochtend zou blijken te zijn: wachten! Eerst buiten op een bankje, maar vanwege de wind later binnen. Daar kwam een jongen op ons af die tegen ons aan begon te praten als waren wij een praatpaal. Eerst vertelde hij over zijn fiets, daarna begon hij te vertellen over zijn moeder. Ook liet hij ons zijn verzameling labels van bekende merken zien (deze hingen aan zijn trui). Voordat wij de tijd kregen om ons af te vragen om ons af te vragen waar die labels vandaan kwamen, legde hij ons uit waarom hij zo raar was: hij kwam uit een inrichting. Toen vertrok hij op z'n fiets naar het loket om reizigers om suikerzakjes te vragen. Nu beseften we echt, dat we in het westen waren.

Het wachten viel verder mee (we hoefden ons niet te vervelen) en om half drie zaten we in de bus. De buschauffeurs (één Delftenees en de ander met een onmiskenbaar maar niet thuis te brengen accent) bleken vrolijke types te zijn. Ze begonnen direct te zingen (!). We hoopten, dat dit niet de hele reis door zou gaan.

Deze reis naar Rome bleek voor mij een goede gelegenheid om kennis te maken met eigen land. We zagen (in order of appearance): De Arena, Den Haag, De Erasmusbrug, de Euromast, de Kuip en Breda. Joost heeft echter van deze plaatsen weinig meegekregen: hij deed alsof hij sliep om de plaats naast hem vrij te houden, hetgeen hem ook gelukt is. In Brussel hebben we veel mooie dingen gezien, waaronder het Atomium. Ook schijnen we een mooi paleis gezien te hebben, maar toen keek ik net de andere kant op.

Overigens heb ik lekker geslapen.

Zondag 27 april

Om plm. 7 uur werd ik wakker. Naast de ruitenwisser, de video en de w.c. die onder stroom stond, bleken nu ook het gaspedaal en de potentiemeter (nee, ik weet het ook niet) het te hebben begeven. De chauffeurs begonnen te bellen en jawel, na drie uur kwam er een Zwitsers meneertje in een busje. Hij heeft de busjefeurs uitgelegd hoe ze het zelf provisorisch (als een monteur zoiets al zegt, zou dat je toch aan het denken moeten zetten...) konden repareren.

We waren allemaal blij dat we weer op weg waren en vol goede moed reden we de Gotthart-tunnel in. Na een paar kilometers begon Joost zich af te vragen waarom we steeds zachter gingen. En ja hoor, daar stonden we dan, midden in de Gotthart-tunnel. Gelukkig wisten de sjofeurs nog hoe ze het moesten maken dus waren we weer op weg. Bij de volgende tunnel begon ik me toch echt af te vragen of de bus tunnelvrees had, want wederom liet hij het afweten.

Met de nodige vertraging kwamen we dus in Milaan aan. We liepen achter de menigte aan een bus in waarvan het scheen dat hij naar Rome ging (op dit moment weet ik het zelfs nog niet). Deze bus had één (extra) nadeel: hij rammelde en trilde. Dat zal misschien aan mijn handschrift te zien zijn. In Firenze (dat schijn Florence te zijn) stapte bijna iedereen uit. Ik begon me al af te vragen of dit wel de goede bus was.

Uiteindelijk zitten we nu nog met vijf passagiers en twee chauffeurs in de bus, in de file naar Rome.

Pauze.

Een half uur achter op schema, dat eigenlijk ook al drie uur achter was, kwamen we aan op een groot plein in Rome, waar de ontvangers al op wacht stonden. Na het handjeschudden laadden we de bagage in en vertrokken we. Het ging erg snel en voor ik het wist was ik Arjen en Joost uit het oog verloren. Het leek wel een kidnapping...

Toen ik "thuis" was werd me eerst van alles te eten en te drinken aangeboden (de mensen waren erg gastvrij) en vervolgens begon het gebel. Eerst Martina met Giulia (over mij), vervolgens Joost met Martina (foutje), daarna ik met Joost (om een afspraak te maken) en tenslotte Giulia met Martina (om op te leggen). Daarna heb ik nog even naar huis gebeld om het telefoonnummer door te geven, hetgeen ik overigens vergeten ben (maar het was een leuk gesprek).

Na de nodige verwarring (soms voelde ik me of ik van Mars kwam) ben ik toch nog op bed gekomen. Ik heb als een blok rozen geslapen.

Maandag 28 april

Eén twee vroeg opgestaan omdat Martina naar school moest. Na het ontbijt - dat ook met de nodige verwarring gepaard ging - vertrokken we samen met de metro naar de afgesproken plaats. We waren een kwartier te laat, dus voor Italiaanse begrippen keurig op tijd. Joost en Arjen waren er nog niet, dus we wachtten. En we wachtten... en wachtten... en na een half uur (drie kwartier te laat, zelfs in Italië te laat) kwamen ze opdagegen met een smoes. Ze dachten dat het een uur eerder was dan het eigenlijk was (de zwakste smoes die ik ooit gehoord heb).

Vanaf de plaats hebben we ons per metro verplaatst naar het Collosseum. Naadt we daar wat rondgelopen hadden (en die gelegenheid is er daar volop) ging het Collosseum open. Het was makkelijk dat er een Nederlandse leraar achter ons iets stond uit te leggen, zodat we van alles aan de weet kwamen (want leraren weten alles). De bovenverdieping was bijna geheel gelijk aan de anderste (mooi, groot, kapot) behalve dan de hoogte.

Na het Colosseum hebben we in de buurt wat rondge- (lees: ver-)dwaald en we kwamen uit bij een kerk.

Toen we eindelijk bij het Forum Romanum waren, begon het te regenen. Wij - bikkels als we waren - dachten dat het wel mee zou vallen, maar dat viel tegen. We kochten alledrie een paraplu, maar die bleken niet echt op regen berekend te zijn. Toch hebben we het hele Forum - zingend, om de moed erin te houden - bezichtigd. Daarna besloten we even op te gaan drogen in een café'tje (cafeetje?). Na een kop chocolademelk te hebben gedronken gingen we weer naar buiten en, jawel, (valt er een woordspeling te maken met stralende zon en stralen regen?) het was gestopt te regenen.

We gingen nu naar het grote witte gebouw met de paarden op het dak om uit te vinden wat dat was. Het bleek het monument voor Vittorio Emanuelle II te zijn (ik zal het in het vervolg afkorten met V.E., want haast alles heet hier naar hem). We kregen spontaan een hekel aan het - hoewel mooie - gebouw, omdat er in het boekje negatief over geschreven werd.

We probeerden weer de route te volgen. Na enig geklooi kwamen we bij de beelden van Castor en Pollux, die eigenlijk iemand anders voorstellen. Ook zagen we het beeld van Marcus Aurelius op zijn paard ('t peerd van ome Loeks), maar helaas herkenden we het niet als zodanig.

Om 5 uur troffen we Martina en Giulia bij (hoe kan het ook anders?) McDonalds. Na enige consternatie over wie wat waar en hoe moest eten, werd besloten dat we allemaal bij Martina in huis pasta aten. Dat hoe bleek nog een probleem: macaroni mag je niet met een mes eten en spaghetti niet met een lepel. Na het eten hebben we nog wat rondgezeten in de kamer en over koetjes en kalfjes (en dat in het Engels!) gepraat.

Nadat Arjen, Joost en Giulia weg waren gegaan, ging ik naar bed. Ik sliep meteen.

Dinsdag 29 april

P.S. (pre scriptum): ik schrijf dit op de Spaanse trappen in de zon.

Na een klein, maar lekker ontbijt vertrok ik met de metro naar McDonalds, alwaar we om 9.00 uur hadden afgesproken. Joost en Arjen waren nu wel heel flauw (toen ze een kwartier te laat kwamen): ze hadden hun horloge een kwartier achter gezet. En ik, naïef als ik was, geloofde ze ook nog.

Vanaf Colosseum hebben we - ik citeer Arjen - een pokke-eind gelopen om bij het begin van Joost z'n route te komen. We vroegen een agent waar Largo d'Argentina (daar moesten we heen) lag, en toen bleek dat we er ongeveer midden op stonden. We vertrokken om de route te volgen en het ging wonderbaarlijk goed. We zagen eerst een kerk, maar daar kon je eigenlijk alleen maar van zeggen dat het een mooie, grote, kitscherige kerk was.

Daarna kwamen we bij het Pantheon. We maakten eerst geen foto, omdat ik dacht dat het nooit op een 8x14 foto kon. Toen gingen we op een bankje in het Pantheon zitten (Rome is erg vermoeiend...).

Weer buiten kochten Joost en Arjen een boekje van een straatverkoper. Joost is nog steeds blij dat hij het voor 2 gulden goedkoper heeft gekregen.

Na het Pantheon, en nog heel veel lopen en kerken, kwamen we uit op Piazza Navona, een groot plein met wat fonteinen. Na de nodige toeristische activiteit gingen we een ijsje eten. We vervolgden onze wandeling. Joost maakte de snuggere opmerking, dat we net zo goed hier hadden kunnen blijven, omdat we hier toch langs moesten (het was een toeristische rondwandeling).

Om 2 uur ontmoetten we Giulia bij McDonalds. Zij bracht ons, via een dure straat, naar Villa (park) Borghese, waar we Martina zouden ontmoeten. We hadden nog wat tijd over, dus Giulia stelde voor om nog even naar een of ander meertje te gaan. We volgden haar goedgelovig, hoewel het ons wel opviel dat het lang duurde. Toen we Giulia vroegen of het nog ver was, biechtte zij ons op, dat we verdwaald waren. Okee, kan gebeuren, kaart erbij, klaar. Niet dus. Giulia wist nog een korter weggetje om bij Martina te komen. Dat kwam er dus op neer dat we na 20 minuten lopen weer op dat punt waren. Toen we eindelijk bij Martina waren, hebben we meteen ook maar even pauze gehouden.

Met Giulia en Martina hebben we het eiland in de Tiber even (het is in één oogopslag te doen) bekeken. Daarna hebben we wat gegeten bij McDonalds. Daar was een (Italiaans) kinderfeestje aan de gang. Het was erg vermakelijk om te zien hoe die kindertjes het personeel de stress in pestten.

Bij Giulia hebben we nog een heerlijk maal genuttigd en na een CD-ROMmetje te hebben laten zien ging ik (Martina was uit) weer naar huis.

Woensdag 30 april

Om 10 uur (we worden steeds luier) ontmoette ik Joost en Arjen en Giulia op het metrostation. Ze waren op de fiets, omdat er een metrostaking zou zijn. We liepen naar de St. Pieter, maar daar konden we niet in, omdat de paus naar buiten kwam. We besloten dus de Vaticaanse musea te bezoeken. Het was daar erg druk, vooral omdat er meer stenen dan echte mensen waren. We hebben in de 9 musea uren rondgedoold en het was erg mooi en indrukwekkend en zovoort, maar veel meer valt er niet over te vertellen. Ook de Sixtijnse kapel was mooi, hoewel je er niet mocht praten.

Na de musea (en natuurlijk een zitpauze) wandelden we nog even naar de St. Pieter om te kijken of hij al weer open was. Dat bleek niet het geval te zijn, maar wel zagen we (roffel roffel) de paus (of een andere hoogbejaarde man met een witte jurk). Blij dat we weer een toeristische attractie hadden gezien (vinkje) haalden we de fiets en de brommer op om wat vrienden van Giulia op te pikken. Toen we toch bij McDonalds waren, hebben we meteen maar wat gegeten. Een stel Italiaanse jongens kreeg door dat we Engels praatten, en ze begonnen over ons te roddelen. Ze schaamden zich rot toen Giulia ze in het Italiaans aansprak.

De opkomst van vrienden viel eerst wat tegen (d.w.z. er kwam niemand opdagen). Eerst kwam Eduardo (die met de sik). Toen hij samen met Martina, die inmiddels ook (drie uur te vroeg!) was gekomen, zijn brommer aan het parkeren was, werd ik op m'n schouder getikt: Struik (Wie? Struik? Ja, Struik, je weet wel, onze wiskundeleraar). Hij was op vakantie met een busreis en mocht nu een paar uur "vrij" rondlopen op het Piazza di Spagna.

We liepen met de dames, Eduardo en Francesco (die inmiddels ook was aangekoppeld) wat doelloos rond en daarna gingen we zitten op de Spaanse (of eigenlijk Franse) trappen. Daar praatten we wat (zij in 't Italiaans, wij in 't Nederlands; de integratie verliep niet echt soepel). Ook aten we een puutje drop (dat was een hele belevenis, omdat het niet mocht).

Eduardo koppelde los en daarna vertrokken we met z'n (...) zessen naar Castel di Sant'Angelo, waar de paus heen kan (kon) vluchten in geval van oorlog. Het was erg mooi binnen en ook het uitzicht vanaf het dak mocht er wezen. Natuurlijk hebben we daar even bij stilgestaan, excuus, gezeten.

We pakten de motorino's ('t waren noch brommers, noch scooters) en gingen daarop naar Villa Borhese om er wat vrienden te ontmoeten. Echter toen we daar aankwamen, waren Arjen en Giulia verdwenen. We bedachten wat er met ze gebeurd had kunnen zijn (van leuk tot minder leuk) en net toen we op het snuggere idee kwamen om de mobile telefoon te bellen, kwamen ze aan (ze hadden de fiets opgehaald). In het park hebben we dolletjes gebald.

Na het eten gingen we uit, wat een toeristische trip o.l.v. Giulia's moeder bleek te zijn. Het was erg toeristisch.

Donderdag 1 mei (dag van de arbeid)

Okee, okee, wij waren te laat - maar niet veel! We ontmoetten ergens bij Vaticaanstad om alsnog de Sint Pieter te bezichtigen. Eerst moesten we - verplicht voor toeristen - op een putdeksel in het midden van het plein gaan staan om maar één pilaar te zien. Helaas moesten we hiervoor wat andere toeristen ervanaf duwen. (Trouwens ik vond de pilaren mooi genoeg om er twee van te zien).

In de kerk lagen stenen waarop je kon zien hoe groot andere beroemde kerken in verhouding tot de St. P. zijn (eigenlijk hebben we dit niet gezien, maar de oude Belgische vrouwen waarover ik zo zal vertellen zeiden dat ze er waren). Arjen merkte op, dat de kerk van Aalden nog niet half zo groot als het voorportaal was. Waarschijnlijk was de St. Pieter ongeveer zo groot als Oud-Aalden.

Bij het graf van St. P. stonden allemaal kaarsjes; Joost: "Kan je ze allemaal in één keer uitblazen?" De St. P. was echt heel groot en overal was wel wat versiering. Ook gingen we de kelder (liever: benedenverdieping) in. Daar bleken ook nog allemaal kleine kerkjes te zijn, één per poop. In de schatkamers van de paus (die uiteraard vol met goud waren) maande Martina me tot stilte toen ik opmerkte dat ik het allemaal nogal "kitsch" vond. Een attente bewaker wees ons erop dat we het beroemdste stuk voorbijliepen. Natuurlijk kende ik het niet, maar het was best aardig.

Bij de weg, weet je wat een "figura di merda" is? Joost die z'n handen wast in een bakje met wijwater(!).

Eenmaal buiten gingen we in de rij staan voor een bezoek aan de kapel. Het was een erg lange rij, maar gelukkig stonden er wat oude, kletsende, oude, moeilijk verstaanbaar pratende oude vrouwen achter ons, waar we dan ook terstond kennis mee hebben gemaakt.

We besloten sportief (lees: goedkoop) te doen en kochten een kaartje voor met de trap. Het eerste deel viel nog wel mee, maar tijdens het tweede, veel nauwere, deel begon ik me toch echt af te vragen of het uitzicht wel de moeite waard was. Dat bleek niet zo te zijn. Het was wel weids, maar je zag vrij weinig interessants. Om van de toeristen nog maar te zwijgen.

Op weg naar de plaats waar Martina's moeder ons zou ophalen zag Joost een mooi bierglas voor zijn verzameling. Hij jattte (ik heb er geen mooier woord voor) het dan ook meteen.

Een tijdje later (of eerder, mijn tijdsgevoel verdwijnt hier compleet) hoorden we wat gejoehoe achter ons. Het waren de Antwerpse dames (figura di merda).

Bij Martina aten we wat (heerlijk overigens). Joost at afgrijselijk veel, waarschijnlijk omdayt het toch gratis was.

Om ongeveer vier uur gingen we naar het 1 mei-concert bij San Giovanni. In het begin regende het nogal (dat het goot), dus veel vrienden gingen naar huis. Wij, bikkels als we zijn, bleven natuurlijk. Later klaarde het op en het concert was, op de taal na, gaaf.

Vrijdag 2 mei

Om 10 uur zouden we elkaar ontmoeten bij het metrostation, dus stond ik netjes om half negen op. Tijdens het ontbijt legde Martina me uit dat het dorp waar we heen gingen eigenlijk oersaai was (helaas kon ze zelf niet meekomen, ze moest "leren"). Om twintig voor tien stond ik op het perron. Helaas moest ik toen een Japanner helpen met het uit een automaat halen van een kaartje. Ik dacht altijd dat Japanners heel technisch waren, maar dat valt flink tegen. Om 10 uur stond ik in de metro.

Ik had m'n horloge al achteruitgezet (flauw), maar toen ik een kwartier te laat aankwam op het perron, waar Chiara stond te wachten, waren ook Joost, Arjen en Giulia nog niet aangekomen. Chiara vertelde dat de bus om twintig over ging. Om 22 over kwamen ze, breeduit grijnzend, aan. We moesten wachten op de bus van 11 uur.

Na een lange, edoch leerzame busrit kwamen we downtown Frascati aan. Het dorp was ongeveer zoals Martina het had beschreven: de twee grootste bezienswaardigheden waren de plaatsen waar het dorp niet was: het park. We zagen ook nog een kerkje. Er hingen allemaal boren met "Silence please" maar dat mocht niet baten; er was een timmerman bezig de voorgevel te verbouwen.

Bij Chiara zouden we de lunch gebruiken. Ik vroeg me af waarom ze het daar steeds over hadden. We (inmiddels was Gabriele er ook) gingen aan tafel. Daar stond pizza met salami. Het was niet erg voedzaam, dus aten we (de Nederlanders) veel. Net toen we het allerlaatste stukje pizza hadden opgegeten werd alles weggehaald en kwam er spaghetti op tafel. Hiervan schrokken we behoorlijk, en ik grapte al dat er vast nog drie gangen zouden komen (de Italianen verstaan haast geen Nederlands). Ik had beter moeten weten...

De volgende gang was een schnitzel met patatjes. De gangen hadden stuk voor stuk voor een Nederlands avondmaal kunnen doorgaan. Het toetje was een taart, handgemaakt door een van de vele zussen van Gabriele. Er werd ons in twee talen uitgelegd wat erin zat, maar ik moest ze teleurstellen en zeggen dat tiramisu in elke redelijke Nederlandse supermarkt te koop is. Desalniettemin was het verrukkuluk.

Na het eten gingen we buiten even uitbuiken. We bekeken wat foto's enzo. Na Chiara's kamer te hebben bekeken gingen we met een vriend van Chiara in de auto naar de "bergen". Omdat we met een echt Italiaanse rijstijl reden, botsten we bijna - ik herhaal: bijna - tegen een echt Italiaanse boom. Het uitzicht vanaf de heuvels op de voordorpen van Rome was hartstikke mooi.

Na een rustpauze gingen we naar een plaats waar een fles omhoog rolt (je moet het zien om het niet te snappen). Na het eten (hoogtepunt 17: * Saltimbocca alla Romana) hebben we tot plm. middernacht gekletst op het Internet.

Zaterdag 3 mei

We hadden om 10 uur afgesproken bij McDonalds. Volgens Italiaanse begrijppen waren Arjen en Joost vijf minuutjes te laat (ze kwamen om twintig over). We vertrokken meteen om souvenirs (ik haat zelfs het woord) te kopen. Arjen had van Giulia's moeder gehoord dat er bij Piazza di Spagna een mooi warenhuis was, maar hij wist niet waar het was, hoe het heette of hoe het eruitzag. Vanzelfsprekend gingen we daarnaar op zoek. Drie kwartier en een paar kilometer later besloten we dat het zinloos was verder te zoeken en we kochten wat kalenders bij een tijdschriftenstalletje. Joost en Arjen kochten nog wat voor hun broers (het idee!).

Om half twee hadden we met de dames afgesproken, dus stapten we om half één op de metro. Ik was (Nederlands als ik ben) dus 20 minuten te vroeg en stond dus voor een dichte deur. Toen Martina's moeder aankwam, hebben we samen even Chinees gehaald. Na de lunch ging ik met Martina (op scooter) naar McDonalds, alwaar we hadden afgesproken. We waren lekker heel erg te laat.

We spraken om half acht weer bij McDonalds af, zodat Martina en Giulia het nieuwe huis van Martina op orde konden brengen (uit de verhalen leek dat eruit te zien als een slooppand). Gondzijdank vond Joost nog een wandeling in zijn Jonge Woudlopersboekje. De eerste attractie (een kerk) bleek wegens een begrafenis gesloten te zijn, dus gingen we verder naar de tweede, het Nationaal Museum. Daar maakten we een praatje met de suppoost (over Nederland uiteraard) en bekeken we alle 15 stukken. We liepen verder naar een kerkje. Er waren prachtige en beroemde schilderingen (aldus een Engelse gids). Ik vond het jammer dat de aureolen waren behangen met ker(st)misverlichting.

We maakten de wandeling af (erg mooi hoor, maar ik laat de beschrijving over aan de toeristenboekjes) en zetten ons bij McDonalds. Daar hadden ze op de w.c. een erg ingenieus systeem, maar daar zal ik niet over uitwijden. We gingen expres een kwartier te laat naar buiten, zodat de Italianen ook eens konden voelen hoe het was om te wachten. Ze zaten gewoon op de stoep te kletsen...

Onze spullen zetten we in het nieuwe huis, dat overigens hartstikke meeviel, neer en we (wij, de dames, Chiara en Gabriele) gingen naar de Trevifonteinen. We gingen op een trap zitten waar Italiaanse en anderszins onbekende liedjes werden meegezongen. We zaten nog even op Piazza Navona, waar Carlo gitaar voor ons speelde. Daarna pakten we de bus (in Rome hoef je daar niet voor te betalen) naar huis.

Zondag 4 mei

Om plm. 3 uur gingen we slapen op de harde, harde grong. Rond negenen werden we, sommigen meer verkrampt dan anderen, wakker. We aten wat in een cafeetje en Chiara en Gabriele vertrokken weer naar het platteland.

De dames raadden ons aan een fiets te huren en naar de Via Appia Antica te fietsen. We waren niet dolenthousiast (ook al omdat ze niet erg overtuigend waren) maar met lood in de schoenen vertrokken we naar het plein dat Giulia ons had aangewezen om een fiets te huren. M'n humeur daalde echt tot nabij het nulpunt toen bleek dat daar überhaupt geen winkels stonden en we nog een kilometer moesten lopen. We hebben een fiets gehuurd, maar veel te duur en van een nog slechtere kwaliteit dan m'n eigen fiets (en dat zegt wat!).

Vol goede moed (hmm...) vertrokken we dus naar de Via Appia. Er bleek niet veel te zien te zijn, dus toen we een groot veld zagen met ruïnes waar je op kon zitten, gingen we daar meteen heen. Je moest er entree voor betalen, maar het kon mij allemaal niks meer bommen. We moesten het veld al snel weer ruimen omdat Arjen last van hooikoorts kreeg.

Het was inmiddels half drie, de tijd dat de Catacomben open gingen. We stalden de fietsen en wachtten bij het bordje "Nederlands" op onze gids. We maakten een "lekker weertje, niet?"-praatje met wat andere Nederlanders. De (Vlaamse) gids was een alleraardigste man. Hij was vier keer zo oud als ik en vertelde erg boeiend over de geschiedenis van de Catacomben.

Toen ik de Catacomben uitkwam was ik weer helemaal de oude (ik ervoer dat als positief). De gids had gezegd dat er naast de catacomben vrij weinig te zien was, dus fietsten we terug naar het centrum. In het centrum fietsten we, langs het Colosseum, naar Ara Pacis, het vredesaltaar. Dat viel wat tegen, ten eerste omdat het, in vergelijking met andere gebouwen, nogal klein was en ten tweede omdat het in een glazen hok stond. Binnen twee minuten hadden we Ara Pacis dan ook wel gezien en we liepen naar de kerk ertegenover. Die was, zoals vrijwel elke kerk in Roma, erg mooi. Toch waren we de enigen binnen. Dat was erg indrukwekkend.

We reden via Piazza dei Populo naar Piazza di Spagna, waar we - voor het eerst! - op een bankje een stuk pizza aten. Ik stelde voor de Joodse ghetto te bekijken. De anderen gingen accoord, maar helaas wist niemand waar het lag. Dus zijn we op de pof maar wat steegjes doorgefietst. Ook die waren heel mooi. Bij toeval kwamen we op Campo di'Fiori terecht. Dat bleek beroemd te zijn, want er waren donders veel toeristen. We vroegen de weg in het Frans aan een Italiaanse man, wiens vrouw ons in het Engels antwoordde. We bedankten het in het Duits (waar school al niet goed voor is) en gingen naar de fietsverhuur.

Na het eten (bij Giulia) heb ik tot diep in de nacht gepraat met Martina.

Maandag 5 mei

Om kwart voor zeven (na een erg korte nacht) ging de wekker. Even snel gedoucht en ontbeten. Martina's moeder had al brood voor me gesmeerd. Om half acht moesten we de deur uit. Toen ik om twee minuten voor half acht vroeg of Martina niet mee ging, moest ze nog gewekt worden. Om twintig voor acht zaten we ni de auto.

We waren iets te laat op het station (Joost en Arjen stonden al te wachten) maar de bus was er toch nog niet. De Italianen vertrokken meteen toen we er waren naar een café om een kop koffie te drinken. Zal wel een Italiaanse gewoonte zijn...

Vlak voordat we instapten drukte Martina me een brief in de hand, die ik pas in de bus mocht lezen. Na het afscheid (See you!) zochten we een goed plaatsje op voor in de bus. Na het vertrek ben ik uren bezig geweest een brief terug te schrijven, dus daar valt weinig over te vertellen.

Om zes uur waren we in Milaan; keurig op schema dus. Helaas vertrok de volgende bus pas om kwart voor zeven, dus moesten we wachten. Om negen uur ben ik gaan slapen (ik had flink wat slaap in te halen).

Dinsdag 6 mei

Om zes uur werd ik wakker. De bus stond stil wegens een technisch probleempje, maar binnen 5 minuten reden we alweer, naar ik dacht redelijk op schema. We kwamen echter anderhalf uur te laat in Brussel aan.

In de bus gebeurde helemaal niks (d.w.z. niks dat het opschrijven waard was).

In Breda dumpten we Arjen. We zwoeien nog even naar zijn moeder, die, hoewel ze (in haar vakantie) tweeëneenhalf uur stond te wachten, er nog best vrolijk uitzag. Toen we in Rotterdam aankwamen, waren we net te laat voor onze trein. In allerijl hebben we nog een schema opgesteld.

Toen we in de trein zaten waren we er overwegend zeker van, dat we de goede hadden, maar die zekerheid verdween compleet na een onduidelijke omroep ("Dames en heren ... achter aangekoppeld ... Enschede ... voor instappen ... herhaal ... dankuwel"). Nog onzekerder werden we toen we in Utrecht dezelfde kant op wegreden als waarvandaan we waren aangekomen. Alle zekerheid bleek echter onterecht.

In Amersfoort moesten we volgens het boekje twintig minuten wachten, maar er stond een trein met zo'n aanlokkelijk bordje "Zwolle" erop, dat we daar maar zijn ingestapt. In Zwolle hadden we (volgens het boekje) erge haast. We renden met twee treden tegelijk - en dat met twee weekendtassen - de trap af (Wel eens geprobeerd? Houden zo!). We zaten vijf minuten te vroeg in de trein naar Emmen. Daar zit ik nu nog steeds in.

Ik denk dat ik hier moet stoppen met schrijven, want de rest van de dag zal ik (naast douchen en schone kleren aandoen) waarschijnlijk doorbrengen met vertellen wat ik hiervoor allemaal geschreven heb.

Dinsdag 6 mei 1997, 15:35 uur, Jan Dijkema


Hebban olla vogala nestas hagunnan
Hinase hic enda thu
Wat unbidan wi nu