Roma - Firenze 1999
Donderdag 25 maart
Nou, daar gaan we maar weer. De standaardopening valt helaas niet te ontwijken. Om vier uur zouden we vanaf school vertrekken. Een kwartier daarvoor, om kwart voor vier dus, kwam ik, keurig op tijd en met gepakte tas, en met kussentje, waarvoor we nog zijn teruggereden hoewel het al in m'n tas zat, aan. Omdat ik eerst nog wat belangrijke documenten uit m'n schooltas, die ik 's ochtends wegens haast op school had laten staan, moest overladen in mijn handbagage, die hierzonder overigens al vol zat, was ik nog maar net op tijd in de bus. Ik had zelfs geen tijd meer om Michel gedag te zeggen, die speciaal naar school was geskate om mij uit te zwaaien. Om stipt twee minuten over vier vertrokken we. We hebben even voor de ouders voor de school heen en weer gereden om te zwaaien en toen waren we weg.
Toen Merith en ik alle leuke boekjes die ik mee had hadden uitgelezen, bij Zwolle, stonden we in de file. Daar ontdekten we het boekje "10 voor Taal", waarmee we ons tot bedtijd hebben beziggehouden. Ik moet nog even vermelden dat bij een sprintje onderweg Bart - op het nippertje - van mij gewonnen heeft, maar hij daarna meer last van zijn benen had dan ik.
Om half twaalf gingen we dus slapen. Omdat ik op mijn stoel aan het gangpad niet prinsheerlijk kon slapen en Merith op haar stoel aan het raam helemaal niet kon slapen, hebben we even geruild, zodat ik wel prinsheerlijk kon slapen en zij helemaal niet.
Vrijdag 26 maart
Om maar direct met het prilste begin van deze dag te beginnen: om twee minuten over middernacht werden we wakker omdat we stilstonden bij de grens (ik gok die tussen Zwitserland en Frankrijk), maar ik sliep meteen weer, omdat ik zo'n heerlijk plaatsje had.
Om half zeven werd ik wederom wakker. Bij McDonalds hebben we ontbeten (is dit geen contradictie?). Ik had nog brood, maar omdat ik het niet over mijn rechtvaardige hart kon verkrijgen om in een restaurant meegebrachte etenswaren te consumeren zonder iets te kopen, heb ik een kopje thee gekocht, hetgeen overigens niet meeviel.
Om ongeveer drie uur kwamen we aan voor het hotel. Een kwartiertje later weer, maar toen kregen we ook gelegenheid om uit te stappen. In het hotel dacht ik slim te zijn door als eerste onder de douche te stappen, maar ik besefte pas toen ik eronder stond, dat de douche dan nog koud is. Desalniettemin (of juist daardoor) was ik om kwart voor vier alweer helemaal fris.
Omdat we dat pas om vijf uur hoefden te zijn, ben ik even naar Martina gelopen. De weg vinden in het Italiaans viel best wel mee, aangezien de eerste die ik aansprak een Engelsman bleek te zijn, de politieagent veel gebarentaal gebruikte en de mevrouw van de winkel Martina wel kende. Bij Martina heb ik een kopje thee gedronken en afgesproken dat ik morgen (of overmorgen?) kom eten. Naar beneden heb ik de trap genomen, omdat ik de lift niet helemaal vertrouwde.
Om vijf uur was ik weer in het hotel om daar - klassikaal - weer te vertrekken richting Stad. We hebben de Santa Maria Maggiore bezocht, en dit was best wel overwegend interessant. Hierna mochten we ons opsplitsen (niet individueel) om te gaan eten. Hiervoor (voor het eten) hadden we zo'n vijf uur, dus het kon eventueel gecombineerd worden met een bezoek aan de stad. Op aanraden van mevr. Van der Wijk vertrokken Karolien, Tineke, Merith en ik naar het leuke, niet al te dure pleintje Campo dei Fiori. Helaas staat dit al enige jaren in alle toeristengidsjes, zodat dat met die prijzen nogal meevalt. Op weg naar Compo dei Fiori hebben we het Colosseum, het Forum, de Keizerfora, Piazza Venezia en nog wat gezien.
Op Campo dei Fiori vonden we een leuk restaurantje en daar hebben we (net echt) heerlijk gegeten. Ik heb spaghetti, lasagne en tiramisu gegeten. Het was hartstikke leuk, maar helaas was hierna ons geld voor de lunch van morgen op.
Op de terugweg naar het hotel (waarbij we zo min mogelijk omwegen namen, omdat we om half elf in het hotel moesten zijn) hebben we Piazza Navona, het Pantheon, de Trevifonteinten en het kruispunt van de vier fonteinen (o.i.d.) bezocht. We waren om half tien in het hotel. Het niveau lag hier dermate laag, dat ik daar maar niet over zal schrijven.
Zaterdag 27 maart
Na een korte, maar hevige nachtrust vertrokken we om kwart over acht vanaf het hotel voor het ochtendprogramma. Het ontbijt zag er heerlijk uit, maar helaas waren de broodjes hol. Het ochtendprogramma bestond uit de wandeling die wij gisteravond al hadden gelopen, alleen nu onder professionele begeleiding. Die was overigens met twee man ingekort, want de heren begeleiders waren bij Roald, wiens erfelijk zwakke knieschijf uit de kom was gegaan, gebleven. Bart en ik werden benoemd tot coördinatoren-hoofd-tellers eerste klasse. Op onszelf na misten we niemand.
Eerst konden we niet in het Colosseum, maar toen Gert-Jan een rondje om het gebouw ging lopen, kreeg mevr. Van der Wijk het wel voor elkaar. In het Colosseum ben ik met Bart op de foto gekomen van een mevrouw uit Dallas, vanwege mijn schoeisel. Daarna (na het bezoek aan het Colosseum) brachten we een bezoek aan de Palatijn, waar hele mooie bomen staan. We kwamen een grote groep Italiaanse carabinieri tegen, die van de oppercarabinieri een rondleiding aan het thuisfront kregen.
Na de Palatijn werden we in tweeën gedeeld voor een bezoek aan het Forum. Dit lijkt weliswaar verdacht veel op een hoop stenen, maar het zijn resten van gebouwen die heel interessant waren.
Het Capitool was ook heel mooi, evenals de daarop volgende speurtocht naar Campo dei Fiori, om daar te lunchen. Omdat we daar geen geld meer voor hadden, zochten we een goedkoop pizzatentje op. Daarvoor bleek de frase "Where did you buy that?" uitermate geschikt. We hebben op de rand van een fontein gegeten, hetgeen een beetje nat was. Pas later wisten we dat dat kwam omdat het fonteinespuitje rondjes draaide. Ik heb nog een hartstikke mooie auto gezien: een Jaguar E-type 4.2.
Na het bezoek aan het Pantheon en het Piazza Navona (dat we volgens Van der Wijk 's avonds echt een keer moesten bekijken) vertrokken we vanaf de Trevifonteinen naar de villa Borghese. Daar hebben we even gezeten, maar toen het begon te onweren, besloten we op zoek te gaan naar een restaurant, dat niet op een toeristische weg stond en dat dus per definitie onvindbaar was. Nadat we dit twee uur hadden geprobeerd, gingen we eten in het café naast het hotel. Dat doen we niet weer.
Merith en ik waren de enigen die nog even op het Piazza Navona by night wilden kijken, dus deden we dat. Omdat ik inmiddels het kaartje wel uit m'n hoofd dacht te kennen, zijn we een half uur omgelopen. Het Piazza Navona viel by night wat tegen, hoewel er wel Italiaans werd volkgedanst. De terugweg duurde korter dan de heenweg, maar toch waren we pas om vijf voor elf bij het hotel. De zomertijd was al ingegaan, dus eigenlijk was het al vijf voor twaalf, dus we waren strafbaar voor te laat komen en het met z'n te weinigen door Rome lopen, maar de rest had intussen in het hotel ergere dingen gedaan, dus gingen we vrijuit.
Zondag 28 maart
Na een een uur te korte nacht stapten we om kwart over acht in de bus. We gingen naar de Via Appia Antica om daar te kijken of we de Catacomben mochten bezoeken. Dat mocht, en we werden rondgeleid door een soort frater Financius uit Limburg. De catacomben waren de tweede keer een weinig minder interessant dan de eerste. De buschauffeur maakte er, zoals buschauffeurs betaamt, daarna een sport van zo ver mogelijk de via Appia Antica op te rijden. Dit lukte helaas voor geen meter (woordspeling), want de weg was opgebroken. Dus begaven we ons (nog steeds per bus) naar de San Paolo buiten de muren.
In deze kerk, die overigens buitengewoon groot was, waren, in tegenstelling tot wat het boekje vermeldde, liefst 18 rondjes vrij voor schilderingen van nog te benoemen pauzen, zodat de wereld volgens de overlevering nog wel een eeuwtje of wat mee zal gaan (pfff...). In de tijd dat wij de palmpaasmis beluisterden, werd de koffer van de chauffeur uit de bus gejat, maar daar zat toch niet zoveel belangrijks in dus dat was niet zo erg.
Drie kwartier bussen later zaten we in Ostia, een oude havenstad. Er was noch een zee, noch een Tiber of ander water te bekennen. Op het eerste gezicht leek het verdacht veel op een grote hoop stenen, maar, nou ja, het leek verdacht veel op een grote hoop stenen. Door het kaartje dat ons in de bus was uitgereikt, konden we van de gebouwen die niet in de vouw lagen precies zien wat ze waren geweest. Helaas lagen er vrij veel gebouwen in de vouw. Het eerste leuke gebouw was bij de Thermen van ..., want daar lag een ondergronds gangenstelsel onder, waar we per ongeluk in terecht kwamen en dat niet verlicht was en waarvan alle uitgangen behalve de ingang waren afgesloten met een rooster. Het theater was, hoewel vergaan, ook heel leuk, evenals de rest van Ostia.
Ik had om acht uur met Martina en Giulia afgesproken, maar omdat we als straf om zeven uur het hotel uit moesten, heb ik Matthijs en company geholpen met het zoeken naar een niet-toeristisch restaurant. Dat hebben ze (dus niet...) gevonden in de buurt van het station. Na een zware zoektocht kwam ik bij Martina en Giulia aan, die per se Jan Kuipers wilden opzoeken. Dat bleek met een auto in Rome weliswaar welhaast, maar toch niet geheel onmogelijk.
Maandag 29 maart
Hoi, hoi! Naar de paus! Helaas was die vandaag net even niet op het Vaticaan, dus die hebben we niet gezien. Wel de Sint Pieter, zijn huis. Dat was vrij groot. Dit keer heb ik ook het beroemdste beeld van heel Vaticaanstad, de Pietà van Michelangelo, gezien. Omdat ik de vorige keer vergeten was vanaf de koepel van de San Piedro een foto van het uitzicht te maken, begaf ik me wederom op de trappen. Een enge lift en ongeveer 320 treden later was ik weer boven. Het uitzicht was weer magnifico, maar helaas begaf mijn, of liever Aly's, fototoestel het. Geen foto dus, ben ik helemaal voor niks dat rot-eind omhoog geklommen. (Dat was ironisch, want ik heb het ja wel gezien ja...)
Na de Sint Pieter hebben we een lunch gekocht, in de buurt van de kerk dus extreem duur. Deze hebben we tijdens een vrij lange, maar daarom niet minder leuke, stadswandeling op weg naar de San Clemente genuttigd. Toen we echter om twee uur bij onze bestemming aankwamen, bleek die gesloten tot drie uur. Helaas moesten we dus een uur wachten, maar godzijdank was er een ijswinkeltje in de buurt.
In de San Clemente was een heel mooi mozaïek met allemaal minuscule figuurtjes, waaronder een schaap met een aureool. Na het bezoek heeft buschauffeur Robert me de allerkortste weg naar het hotel gewezen; daar was ik dan ook als eerste. Toen de rest ook kwam, hebben we even in de zon bij de Santa Maria Maggiore klavergejast (Troeven: B9-A-10-H-V-8-7, Gewoon: A-10-H-V-B-9-8-7). Even, want de zon verdween vrij snel achter de kerk.
's Avonds, na het eten, zijn we met de metro naar de Spaanse trappen gegaan, waar het best gezellig was.
Dinsdag 30 maart
Voor dag en dauw (of misschien net eventjes daarna) hadden we onze tassen al gepakt, want we vertrokken naar Firenze. Onderweg eerst nog een tussenstop in Tivoli, bij de tuinen van Hadrianus. Die had het Romeinse Rijk in het klein nagebouwd. Helaas was alles kapot, maar met een beetje fantasie en een goede gids zou je je best kunnen voorstellen dat het hartstikke mooi geweest is. Hadrianus had alleen niet zo goed opgelet op school, want hij haalde allemaal bouwstijlen door elkaar. Zo zijn er in de gebouwen zowel rechte als ronde vormen te zien.
De tweede tussenstop was in Orvieto, een plaatsje waar we een Etriskische necropool zouden bezoeken. De betekenis van dit woord ben ik echter helaas niet te weten gekomen, want het bezoek ging wegens tijdgebrek door parkeerproblemen niet door. Wel hebben we in een treintje gezeten en de plaatselijke, Gotische, kerk bezocht. Die was van buiten vertic- en van binnen horizontaal.
De buschauffeurs Robert en Rudolf hadden inmiddels een klein defectje aan de bus verholpen, waardoor we weer op vol vermogen konden vertrekken naar het hotel in Firenze, waar het eten voor ons klaarstond. Helaas begaf de motor het na een paar kilometers wederom, wat als gevolg had dat er rookontwikkeling achter in de bus ontstond. Hierop riep men "Rook!" dus stopte de bus op de vluchtstrook. De rook was nu zo dik, dat iedereen moest uitstappen.
Binnen enkele minuten arriveerde de politie en even daarna de brandweer. Gelukkig had onze dappere buschauffer het brandje al geblust. Het bleek gelukkig maar om een klein defect te gaan, dus we hoefden ons niet druk te maken om de bus. Hoewel die volgens Robert en Rudolf zó weer verder kon rijden, besloten de Italianen (blijkbaar) die te laten slepen naar de dichtsbijzijnde garage. Dat gebeurde uiteraard onder een uitgebreide escorte van politie en brandweer, maar toch moesten we tol betalen.
Toen we bij de garage / schroothoop allemaal van de monteurs-w.c. hadden gebruikgemaakt, arriveerde een vervangende, Italiaanse, bus. Die heeft onze Rudolf met zijn laatste zakcentjes betaald, want je moest per se vooraf betalen.
Het eten was gelukkig nog niet koud geworden. Vooral de vegetarische maaltijd was heel bijzonder. Men werkte schijnbaar volgens het principe: "Als je het niet wilt, dan neem je het maar niet."
De hotelkamers waren superdeluxe en er was zowaar een bidet. Een keuken was wel aanwezig, maar om erbij te kunnen komen moest je eerst een kastdeur vakkundig demonteren. Dat is mij natuurlijk wel gelukt, maar toch ben ik steeds uit eten gegaan, aangezien mijn kookkunst nog niet je van het is.
Woensdag 31 maart
Dit was misschien wel de enige dag dat we lekker op tijd opstonden. Om half acht stonden we (Bart, Leander en ik, de bewoners van kamer 307) in de startblokken. Het ontbijt werd echter pas om half negen opgediend, dus zagen we ons genoodzaakt een uur Popeye te kijken.
Het ontbijt was heerlijk en in het brood zat, in tegenstelling tot dat van het andere hotel, brood. Het was dus niet zonder goedgevulde maag dat we om kwart over negen bijeenkwamen om het programma te vernemen. Tevergeefs was bij de groepsindeling getracht alle vrienden uit elkaar te halen, want iedereen kende iedereen inmiddels wel zo'n beetje. Ik zat in de groep die het Palazzo Vecchio ging bezoeken.
Aangezien onze bus nog in de garage was en de vervangende bus de voorgaande avond weer was vertrokken, zagen wij ons genoodzaakt de stadsbus naar Firenze te nemen. In tegenstelling tot voor de bovengenoemde bussen moesten we hiervoor kaartjes kopen. In het hotel waren alleen maar een paar kaartjes voor noodgevallen en in een nabijgelegen bar waren nog slechts twintig kaartjes op voorraad, maar toen ook alle hotelmedewerkers hun reservekaartjes hadden ingeleverd, hadden we precies genoeg kaartjes. Er was geen kaartcontrole.
Ons groepje had met meneer Van Mourik afgesproken voor de ingang van het Palazzo Vecchio, maar omdat er meerdere ingangen waren liep die afspraak niet helemaal goed. In het Palazzo hebben we braaf onze opdrachten gemaakt, waarvan we de antwoorden in ons verslag moesten verwerken. V6 hoefde en deed dit vanzelfsprekend niet. We hebben wel meegedaan aan de godenspeurtoch op wat schilderijen. Het bleek zo te zijn dat de schilders daarvan beter op de hoogte waren van de Klassieke Oudheid dat Van Mourik en wij samen.
's Middags, na de lunch, hebben we een stadswandeling gemaakt. Daarop hebben we nogmaals het Palazzo Vecchio gezien, maar nu van de buitenkant. Er was nog een beetje onenigheid welk beeld op het Piazza Signoria nu de maagde- en welke de maagdenroof voorstelde (hoe zeg je dat in de Nieuwe Spelling?).
's Avonds hebben we, zoals altijd, heerlijk gegeten. Door de vrij trage bediening waren we erg laat en om nog op tijd op de afgesproken plek te komen moesten we, na de weg te hebben gevraagd aan een toerist, op volle snelheid rennen. Toen we echter op de seconde nauwkeurig op tijd arriveerden, waren Van Mourik en Van der Wijk er bij wijze van grap nog niet. Haha...
Donderdag 1 april
Nou, dan zal ik potdomme dat boekje eindelijk maar eens afmaken. Na het ontbijt in het hotel (met als verrassing een tamelijk droog cakeje) vertrokken we per stadsbus naar Firenze om daar opdracht 2 uit te voeren. Dit moest op eigen gelegenheid, in groepjes van vier, gebeuren, maar omdat iedereen naar dezelfde plek (een oud klooster met mooie fresco's) ging, deden we het maar gezamenlijk. Het bleek na een half uur met z'n twintigen in de rij gestaan te hebben, overigens ook dat begeleiding door de docent verplicht was. De fresco's waren inderdaad mooi, hoewel wat knullig getekend. We hebben bijna alle (bijbelse) voorstelling geïdentificeerd. De kruisigingen waren duidelijk in de meerderheid.
Om twaalf uur hadden we bij de Domtoren afgesproken, en daar ariveerden we met z'n twintigen dan ook om stipt half één. Hierna was er nog gelegenheid om op eigen gelegenheid de Domkoepel te beklimmen. Na een hoop geregel en geharrewar over wie wel en wie niet wilden kregen we eindelijk geld voor een kaartje. Helaas was de Domkoepel gesloten, dus werd het geld weer teruggegeven. Daarna kregen wij het weer, om de Domtoren, die bijna net zo hoog is, te beklimmen. Dit was na een zware week een hele uitdaging. De beklimming was met 420 treden haast nog zwaarder dan die van de St. Pieter, vooral omdat er hier geen eenrichtingsverkeer en wel dikke tegenliggers waren. Boven op de toren heb ik nog een paar magnifieke foto's genomen.
Na de niet lichter dan de beklimming zijnde afdaling hebben we nog een paar ijsjes gegeten. Hierbij werd ik door twee Arabisch geklede vrouwen uitgelachen (ik neem aan om mijn klompen), maar ik heb ze hartelijk terug uitgelachen.
Na de inkopen voor de reis was het alweer tijd om te vertrekken. Rudolf, onze fantastische buschauffeur, had de route zo uitgekiend, dat hij achteruit op een eenrichtingsweg moest rijden. Wonder boven wonder ging dit toch nog goed.
De terugreis viel aardig mee, mede doordat het bevoegd gezag er na vele verzoekschriften in toestemde een film op te zetten. Hieraan was echter wel de voorwaarde verbonden dat we géén verslag zouden maken, dus heb ik maar niet naar de film gekeken...
Maandag 12 april 1999, 12:00 uur, Jan Dijkema